Wie kijkt mij aan? Italiaanse vrouw met hond Puck

29 min.

Uit de serie Podcast: In het Rijksmuseum

30-09-2025 - Janine Abbring en Mayken Jonkman, conservator 19de-eeuwse schilderijen

Wie is de vrouw die de hond zo liefdevol aankijkt? Hoe weten we dat ze Italiaanse was en dat ze zich Fortunata noemde? En waarom raakt dit schilderij zoveel bezoekers? Met Mayken Jonkman volgen we schilder Thérèse Schwartze naar Parijs: een wereld van salons en netwerkborrels waarin zij volhardend haar weg vond en succes had.

Luister

Lees hieronder het volledig uitgeschreven gesprek

00:00:00 Mayken Jonkman: Als ik over zaal loop, denk ik nog steeds: ik mag hiervoor zorgen. Dat is ontzettend bijzonder. Er zijn een paar andere vrouwen - Henriëtte Ronner-Knip, Alida van Stolk - maar tegen Thérèse Schwartze kijk ik ontzettend op.

00:00:17 Janine Abbring: Je ziet een vrouw op de rug in een Italiaanse jurk met opgestoken haar, tegen een lichtblauwe achtergrond. Ze kijkt omlaag en heeft oogcontact met de hond die naast haar staat of zit. Dit schilderij van vrouw en hond door Thérèse Schwartze is levensgroot en erg geliefd bij het Rijksmuseumpubliek. Wie is die vrouw? Wie is de kunstenaar? Wie is die hond? We gaan het ontdekken in deze aflevering van de serie 'Wie kijkt mij aan?'. Mijn naam is Janine Abbring en dit is 'In het Rijksmuseum'. De podcast van het Rijksmuseum waarin we bijzondere verhalen vertellen over voorwerpen en hun makers. Deze podcastserie gaat over portretten. Wie zijn al die mensen die je aankijken als je door het museum loopt? Deze keer kijken we naar 'Jonge Italiaanse vrouw met hond Puck' van Thérèse Schwartze.

00:01:13 Janine Abbring: Mayken Jonkman is conservator negentiende-eeuwse schilderkunst en weet alles over haar. Ze neemt ons mee in de voetsporen van Schwartze naar Parijs, waar zij dit portret schilderde. Maar voor we beginnen: wil je weten hoe het schilderij dat we bespreken eruit ziet? Ga dan naar rijksmuseum.nl/podcast. Mayken, als ik naar dit werk kijk, wordt mijn oog direct naar de hond getrokken. Dat komt omdat mijn eigen hond in de hoek van deze studio ligt te slapen. In het algemeen zien we een jonge vrouw op haar rug. De rug is deels bloot. Een gladharige hond met een blonde vacht. Wie zien we hier? Ik heb het over beide zoogdieren in dit beeld.

00:02:01 Mayken Jonkman: Het is een fenomenaal schilderij dat bij ons op zaal hangt, geschilderd door Thérèse Schwartze. We kijken naar een vrouw met opgestoken donker, krullend haar. Ze staat met de rug naar ons toe en mooi in een gedraaide pose. Haar gezicht zie je van de zijkant. Dat is deels in schaduw en dat maakt het juist erg spannend. Ze heeft hele bijzondere kleding aan. Het is geen kleding die je in die tijd op straat zag, maar klederdracht van een streek uit Italië. Ze heeft een prachtige witte bloes aan met pofmouwen. Die is bij haar polsen weer vastgebonden met rode sjaals. Een zwart lijfje en vervolgens een uitwaaierende zwarte rok. Het licht valt op haar rug. Die rug is heel mooi. Je ziet haar ruggenwervel en haar schouderbladen. Het is ontzettend mooi gemodelleerd.

00:02:58 Mayken Jonkman: Één hand in haar zij en de andere heeft ze uitgestoken naar beneden. Daar heeft ze haar rok deels vast. Naast haar een blonde hond die erg alert kijkt. Het lijkt bijna alsof ze met elkaar in gesprek zijn.

00:03:14 Janine Abbring: De hond is gefocust op de vrouw.

00:03:16 Mayken Jonkman: Ja, precies. Zij kijkt naar beneden en lijkt de hond aan te kijken. Tegen een achtergrond van een mooi blauw, groenig gordijn. Een fenomenaal schilderij.

00:03:29 Janine Abbring: Het werk is een publiekslieveling. Mensen blijven er vaak voor staan.

00:03:33 Mayken Jonkman: Zeker.

00:03:34 Janine Abbring: Waar zit hem dat in?

00:03:36 Mayken Jonkman: Het is een aantrekkelijk schilderij. Dat zit hem wellicht in de combinatie van de vrouw, de hond en de wijze waarop ze elkaar aankijken.

00:03:46 Janine Abbring: Als ik je mag aanvullen: het vertelt meer een verhaal. Het roept vragen op.

00:03:50 Mayken Jonkman: Dat is het. Het roept vragen op. Het is niet meer dan een vrouw en een hond.

00:03:54 Janine Abbring: Nee.

00:03:55 Mayken Jonkman: Toch ga je er als kijker dingen in lezen, vragen stellen en dingen verzinnen. Wat gebeurt daar? Waarom is die hond er? Heeft ze een koekje in haar hand ?

00:04:07 Janine Abbring: Het spreekt tot de verbeelding.

00:04:08 Mayken Jonkman: Is het zo dat die hond zegt dat tijd wordt dat ze uitgaan? Dat soort dingen ga je er in zien. Ik denk dat dat de reden is waarom het publiek dit zo'n ontzettend aantrekkelijk schilderij vindt. Ik vind het zelf ook.

00:04:25 Janine Abbring: Ja?

00:04:26 Mayken Jonkman: Ja. Thérèse Schwartz is een portretschilder die enorm veel portretten maakte. Er zit vaak iets in waardoor je blijft haken. Een kind dat met een vermoeid gezicht zegt dat het hier echt geen zin in heeft.

00:04:44 Janine Abbring: Landerig.

00:04:44 Mayken Jonkman: De moeder en een ander kind zijn heel erg aan het poseren en dat kind denkt: uch. Dat soort dingen doet ze vaak in haar schilderijen. Er zit humor in, maar ook begrip van mensen.

00:04:59 Janine Abbring: Wat ook opvalt als je naar dit werk kijkt, is het woord 'Puck' in de rechterbovenhoek.

00:05:05 Mayken Jonkman: Voor zover we weten is Puck de naam van de hond. Ik ga je zo meteen vertellen dat we ondertussen van alles over het model weten. Van de hond weten we weinig. Het enige dat we weten is dat hij er later is ingezet. We denken niet dat het de hond van de familie is. Het is een andere hond. Van vrienden? Dat is allemaal gissen.

00:05:27 Janine Abbring: We weten weinig over de hond. Het is een blonde hond. Het is een mix van verschillende rassen. Ik weet best wat van honden. Als ik er zo naar kijk, zie ik niet welk ras het is. Weten we wel wie de vrouw op het schilderij is?

00:05:41 Mayken Jonkman: Ja, dat is een studie die ze in Parijs maakte. Ze was samen met haar vriendin Wally Moes in 1884 in Parijs. Zij hebben hun atelier samen mooi ingericht met doeken, wat meubels en kleden. Het was een erg aantrekkelijke ruimte. Daar hebben ze veel samengewerkt naar model. Ze hebben haar alle twee geschilderd. Het is dezelfde vrouw, ze draagt dezelfde kleding. Op het schilderij van Wally Moes staat de naam 'Fortunata'. Dat is een eerste ingang naar: wie nog meer?

00:06:19 Janine Abbring: Was de naam Fortuna haar modellennaam, artiestennaam of echte naam?

00:06:24 Mayken Jonkman: Dat is een goede vraag. Dat weten we niet zo goed. Wat vaak gebeurde is dat modellen een artiestennaam aannamen.

00:06:30 Janine Abbring: Toch een alias?

00:06:31 Mayken Jonkman: Ja. Het kan haar eigen naam zijn geweest, maar net zo goed een alias. We hebben geen achternaam van haar. Dat is het frustrerende. We hebben veel schilderijen en tekeningen waarop ze is afgebeeld. We weten niet wie ze zelf was en wat voor persoon het was. Maaike Rikhof is op zoek gegaan en snel veel afbeeldingen van kunstwerken waarop Fortunata staat afgebeeld tegen gekomen. Het is een populair model voor veel verschillende kunstenaars.

00:07:04 Janine Abbring: Een Italiaans schildermodel?

00:07:06 Mayken Jonkman: Ja.

00:07:07 Janine Abbring: Hoe weten we dat ze Italiaans was?

00:07:09 Mayken Jonkman: Dat zit hem in de kleding. Het interessante is dat veel van deze kunstenaars haar als Italiaanse verbeeldden. Italiaanse modellen waren in die tijd enorm populair in Parijs. Veel kunstenaars verbeeldden ze. Er waren ook veel Italianen. Het had te maken met de Onafhankelijkheidsoorlog in Italië. Veel mensen vluchtten, maar veel Italianen kwamen ook als seizoenswerkers. Dat waren dan prenthandelaren, ijsverkopers of terrazzomakers. Het waren mensen die in de winter in Italië waren en in de zomer naar Parijs trokken.

00:07:46 Janine Abbring: Seizoenswerk. Hoe werd er in die tijd gekeken naar schildersmodellen? In het bijzonder naar Italiaanse schildersmodellen?

00:07:51 Mayken Jonkman: Die stonden niet hoog in aanzien. Men vond ze net een stapje beter dan sekswerkers. Er was vaak het vermoeden dat modellen ook sekswerkers waren, dus ze stonden laag in aanzien.

00:08:05 Janine Abbring: Dat stempel kregen ze?

00:08:06 Mayken Jonkman: Ja. Tegelijkertijd verdienden modellen enorm goed. Het gemiddelde inkomen voor een vrouw in Parijs in die tijd rond de twee frank per dag was, maar een model verdiende al snel tien frank per dag. Het was financieel gezien een aantrekkelijke functie voor Italiaanse modellen. Omdat ze uit een ander land kwamen, leverde dat strijd op. Zeker in 1880 en net erna. De situatie in Frankrijk was een van enorm nationalisme. Ze hadden de oorlog verloren in 1871, dus buitenlanders werden met argusogen bekeken. De positie van deze vrouwen zal niet hoog zijn geweest.

00:08:52 Janine Abbring: Die modellen kwamen ze niet tegen op straat in Parijs. Hoe ging zoiets?

00:08:57 Mayken Jonkman: Er waren verschillende mogelijkheden. Er was een gidsje met namen van modellen dat eens in de zoveel tijd werd uitgegeven.

00:09:05 Janine Abbring: Een soort catalogus?

00:09:08 Mayken Jonkman: Ja, een adressenboekje misschien meer. Er waren een tweetal modellenmarkten. Eentje rondom de École des Beaux-Arts en de andere op de Place Pigalle. Die van de Place Pigalle was op maandagochtend en daar kon je als kunstenaar naartoe. Dan kon je zeggen wie je wilde en voor hoelang. Er werden ter plekke afspraken gemaakt.

00:09:32 Janine Abbring: Een modellenmarkt?

00:09:34 Mayken Jonkman: Ja. Ik vermoed dat men elkaar daar trof. Zo was het.

00:09:39 Janine Abbring: Het moet fantastisch zijn geweest om daar te kunnen rondlopen.

00:09:42 Mayken Jonkman: Ja, ik denk het wel. De vrouw die afgebeeld wordt in het schilderij was een populair model. Ik vermoed dat het via via gaat. Je ziet vaak dat kunstenaars dat soort informatie uitwisselen. Dit is een goed model en deze heeft problemen. Haar ouders mogen niet weten dat ze model is. Dat soort verschillende dingen kom je in brieven tegen.

00:10:03 Janine Abbring: Deze heeft een goed uithoudingsvermogen.

00:10:05 Mayken Jonkman: Ja. Deze heeft prachtig donker haar en is geweldig voor zo'n onderwerp. Ik zou me goed kunnen voorstellen dat Fortunata aangeraden wordt via dat grote netwerk dat Thérèse had.

00:10:18 Janine Abbring: Waarom waren met name de Italiaanse modellen zo aantrekkelijk? Dat is misschien een domme vraag, maar je kunt ook een Amsterdams of Frans model in een Italiaans jurkje steken.

00:10:29 Mayken Jonkman: Dat zou kunnen, maar heeft een ander effect. Het is een kwestie van mode. Het heeft te maken met het feit dat Italië nog altijd als de oude wereld werd beschouwd. Italië en Italiaanse kunst waren lang het summum voor de kunstenaar. Het teruggrijpen naar Italië zegt iets over de kunstenaar zelf: ik heb gekeken naar Italië. Het is erg verwaterd. Het is een vrouw van dát moment. Niet iemand die historisch gekleed is, maar er zit wel iets.

00:11:16 Janine Abbring: Dan zijn we weer terug bij de kunstenaar Thérèse Schwartze. Hoe oud was ze toen ze dit schilderij maakte? Weten we dat?

00:11:22 Mayken Jonkman: Ja. Ze was halverwege de dertig.

00:11:24 Janine Abbring: Het is gemaakt tijdens een bezoek aan Parijs?

00:11:28 Mayken Jonkman: Ja, een bezoek voor langere tijd.

00:11:30 Janine Abbring: Want waar is ze geboren?

00:11:34 Mayken Jonkman: Ze is geboren en getogen in Amsterdam. Haar vader kwam uit Duitsland, Johann Georg Schwartze. Ook een kunstenaar, een schilder van portretten. Hij leerde Thérèse al vroeg schilderen. Ze was enorm getalenteerd en heeft deels een opleiding in Duitsland gevolgd. Ze heeft vooral van haar vader les gehad.

00:11:57 Janine Abbring: Samen met die bevriende schilderes, Wally Moes, ging ze in januari 1884 naar Parijs. Waarom gingen ze naar Parijs? Wat trok hen daar?

00:12:08 Mayken Jonkman: Parijs was de kunsthoofdstad van de wereld op dat moment. Parijs had alles. Het had een kunstminnend publiek en kopers. Er was een jaarlijkse tentoonstelling waar iedereen vanuit de hele wereld naartoe kwam om die te bekijken. Let wel, in die tijd was er geen telefoon, beeld of televisie.

00:12:36 Janine Abbring: Ze konden hun schilderij niet op Instagram zetten.

00:12:38 Mayken Jonkman: Precies. De enige plek om afbeeldingen in kleur te zien, was op tentoonstellingen. Die tentoonstelling heette 'Salon'. Daar hingen duizenden werken, enorm veel.

00:12:56 Janine Abbring: Dat was dus the place to be?

00:12:57 Mayken Jonkman: Ja. Je moet bedenken dat er een staat was die gul geld en veel opdrachten gaf aan kunstenaars. Er vond een aanzuigende werking plaats. Dan hebben we het ook over de opleidingen. Dat was voor Thérèse erg belangrijk. Ze wilde beter worden, beter leren schilderen en oorspronkelijk een opleiding volgen in Parijs. Dit was eind jaren '70.

00:13:26 Janine Abbring: Dan hebben we het over 1870. Ik las dat de Nederlandse academies in die tijd wel kunstonderwijs voor vrouwen aanboden, maar de Parijse niet.

00:13:35 Mayken Jonkman: Dat klopt. In 1884 gaan de kunstacademies in Nederland open voor vrouwen. Voor dé grote school, de École des Beaux-Arts, zou het tot in de jaren '90 van de negentiende eeuw duren totdat die vrouwen zou accepteren. Er waren veel privé-academies.

00:13:54 Janine Abbring: Die sprongen in dat gat? Het gat zal niet groot geweest zijn.

00:14:00 Mayken Jonkman: Het is iets ingewikkelder. Je moest toegelaten worden tot die École des Beaux-Arts. Je moest examen doen en dat was erg ingewikkeld. Die privé-ateliers accepteerden iedereen. Veel buitenlanders of mensen die niet op die manier wilden leren schilderen, gingen naar die privé-ateliers. Het is een kwestie van smaak. Daar zaten professoren die erg goed waren. Dat waren ook academieschilders, met een net een wat vrijere opvatting. Dat zie je ook bij de Franse impressionisten. Een paar gaan naar de École des Beaux-Arts, maar de meesten gaan naar die privé-academies. Die waren erg goed. Voor Thérèse gold dat ook.

00:14:38 Janine Abbring: Daar kon zij haar techniek verbeteren?

00:14:42 Mayken Jonkman: Dat is het punt, het leuke van haar. Ze ging naar zo'n academie en deed de deuren open. Het zat stampvol en ze dacht: mijn God, wat is dit? Het was smerig, ze kan haar kont niet keren. Sorry dat ik het op deze manier formuleer, maar ze zei dat ze dat niet wilde. In plaats daarvan had ze een lijstje met kunstenaars waarvan ze dacht dat het goede kunstenaars waren. Daar wilde ze advies en les van hebben. Ze laadt een paar schilderijen in een koets en gaat in eerste instantie naar Jean-Jacques Henner. Die is erg onder de indruk en zegt dat hij haar wel advies wil geven. Ze zoekt haar eigen weg in deze, in plaats van te zeggen dat ze het zo moet doen. Ze gaat het op een andere manier doen, op een manier die haar uitkomt. Dat heeft haar geen windeieren gelegd. De portretten die ze vier jaar eerder heeft gemaakt, zijn nog een beetje stijf. Hier zit losheid, kleur en techniek in.

00:15:46 Janine Abbring: Vitaliteit. Ik kan het niet uitleggen. Levendigheid.

00:15:49 Mayken Jonkman: Precies. De losse penseelstreken. Dit is een schilderij van dát moment. Dat is ook dankzij het feit dat ze op zoek gaat naar verbetering voor zichzelf. Dat levert enorme resultaten op.

00:16:03 Janine Abbring: Voor die officiële kunstopleidingen moest je worden toegelaten. Dat gold ook voor die grote tentoonstelling waar je het net over had?

00:16:11 Mayken Jonkman: Ja.

00:16:12 Janine Abbring: Hoe pakte ze dat aan?

00:16:14 Mayken Jonkman: Dat is waarom ik haar ontzettend bewonder. Aan de ene kant is het mensen ontmoeten. Dat doet ze. Ze gaat bij allerlei mensen op bezoek.

00:16:24 Janine Abbring: Netwerken bedoel je?

00:16:25 Mayken Jonkman: Netwerken noemen we dat vandaag de dag. Toentertijd heette dat 'vriendschappen'. Dat deed ze aan de ene kant. Aan de andere kant wilde ze dat haar werk zichtbaar was. Ze wilde dat het publiek haar werk kon zien. Dat was de enige manier om op te vallen, beroemd te worden of erkenning te krijgen. In Parijs was die tentoonstelling waar die duizenden kunstwerken hingen lange tijd de enige plek waar je echt zichtbaar was. Die Salon. Je kunt je voorstellen dat je het niet ziet als er duizenden kunstwerken vijf meter hoog hangen. Het moet op ooghoogte.

00:17:00 Janine Abbring: Net als in de supermarkt?

00:17:01 Mayken Jonkman: Precies.

00:17:02 Janine Abbring: Je wilt dat je product op ooghoogte ligt.

00:17:05 Mayken Jonkman: Dat is het streven van elke kunstenaar in Frankrijk op de Salon.

00:17:08 Janine Abbring: Je moet je dus een slag in de rondte lobbyen?

00:17:11 Mayken Jonkman: Ja. Talent moest je ook hebben.

00:17:14 Janine Abbring: Natuurlijk.

00:17:15 Mayken Jonkman: Talent is een gegeven. Er kwamen nog andere dingen bij. Je komt er niet zomaar in. Je werk wordt beken door een jury die werken wel of niet accepteert.

00:17:18 Janine Abbring: Een selectiecommissie.

00:17:18 Mayken Jonkman: Ja. Er hingen duizenden werken, maar er waren ook duizenden afgewezen. Thérèse Schwartze vraagt in 1884 aan een van de juryleden, Harpigny, of ze zijn portret mag schilderen. Het is een supergoed portret, maar het is ook heel slim om dit te doen. Ze heeft Harpigny daarmee al gesproken. Die heeft voor haar geposeerd en het werk wordt geaccepteerd. Niet alleen dat, het wordt op ooghoogte gehangen. Daarmee speelt ze zichzelf letterlijk in de kijker.

00:18:09 Janine Abbring: Súper slim. Het is opportunistisch, maar vooral heel slim. Zorgen dat je daar een voet binnen de deur krijgt door zijn ego te strelen.

00:18:20 Mayken Jonkman: Ja, precies dat. En door dat netwerk van meerdere juryleden en kunstenaars die iets in de melk te brokkelen hebben op dat moment. Ze wint daarmee een prijs die 'mention honorable' heet. Dat is de eerste stap. In totaal kun je vier prijzen winnen, maar dit is de laagste prijs. Tegelijkertijd is dat de eerste stap op de Salon-carrièreladder.

00:18:48 Janine Abbring: Het uiteindelijke doel is een 'hors concours'. Als je zover bent, word je toegelaten. Dan is selectie niet meer nodig.

00:18:55 Mayken Jonkman: Precies. Dan wordt je automatisch gehangen.

00:18:58 Janine Abbring: Dan wordt je werk ongezien toegelaten. Uiteindelijk heeft ze daar wel naartoe gewerkt.

00:19:01 Mayken Jonkman: Precies. Dat heeft ze voor elkaar gekregen. Dit was in 1884. In 1889 stuurt ze een fenomenaal portret van zichzelf. Ze houdt haar hand boven haar ogen en kijkt alsof er licht uit haar ogen schijnt. Ze heeft een enorm palet in haar andere hand. Dat brilletje wat ze heeft. Het is een ontzettend mooi portret. Het is een opdracht geweest en dat geeft aan hoe beroemd ze is. Het is een opdracht geweest van het Uffizi Museum uit Florence. Het allerleukste is dat ze daarmee weer een prijs wint. Er wordt een karikatuur van dit schilderij getekend door een Franse illustrator. Dat is een boekje dat jaarlijks uitgegeven wordt bij de Salon waar allemaal karikaturen staan. Het is ontzettend grappig. In dit geval Thérèse Schwartze en dat portret.

00:19:55 Mayken Jonkman: Die hand wordt een saluut en de titel die eronder staat is 'Madame Schwartze die een saluut geeft aan een bekend personage'. In de tijd zelf valt dus op hoe goed zij bezig is met dat netwerken en dat ze daarmee mensen opzoekt. Wat ik zo bijzonder vind, is dat spel van zichtbaarheid en netwerken. Ze speelt dat zo goed.

00:20:23 Janine Abbring: Je kunt je hand overspelen, toch?

00:20:26 Mayken Jonkman: Jazeker, dat kan. Zij weet daar goed de balans in te vinden. Elke succesvolle kunstenaar in zijn of haar tijd weet dat spel goed te spelen. Je hebt talent, zichtbaarheid en netwerken. Zij is daar ontzettend goed in.

00:20:47 Janine Abbring: Niet te vergeten dat ze vrouw is in die tijd. Het is misschien een rare vraag, maar kon ze zich vrijelijk door Parijs bewegen? Was het daar makkelijk wonen?

00:21:01 Mayken Jonkman: Goede vraag. Nee, dat was het zeker niet. Daarom is het extra bijzonder dat ze als vrouw zoveel erkenning krijgt. Vrouwen konden in Parijs in principe alleen over straat, maar werden onmiddellijk lastiggevallen. Je ziet in de brieven van Nederlandse vrouwelijke kunstenaars die naar Parijs reizen dat het écht lastig is. Lastig om woonruimte te vinden. Als je woonruimte vindt, moet je er meer voor betalen.

00:21:31 Janine Abbring: Meer dan mannen?

00:21:32 Mayken Jonkman: Ja.

00:21:33 Janine Abbring: Waarom?

00:21:34 Mayken Jonkman: Dat durf ik je niet precies te zeggen. Je krijgt geen toegang tot de meest prestigieuze opleiding van Parijs, want die is alleen voor mannen. Het feit dat kunstcritici kritischer zijn op het werk van vrouwen dan van mannen.

00:21:51 Janine Abbring: Je moet je harder bewijzen.

00:21:53 Mayken Jonkman: Ja. Er wordt vaak gezegd dat ze maar een vrouw is, of het voor een vrouw helemaal niet slecht doet. Dat soort zinnen. Misschien is die karikatuur een subtiele kritiek. Het is grappig, maar het is ook een verwijt. Vrouwen zouden dit niet op deze wijze moeten doen. Bij geen enkele andere man heb ik gezien dat ze te veel netwerken.

00:22:21 Janine Abbring: Dat wordt hen niet verweten?

00:22:24 Mayken Jonkman: Nee. Als ze die medaille krijgt in 1889 schrijft ze blij naar huis. Naar haar familie.

00:22:38 Janine Abbring: Met die medaille bedoel je de prijs die ze krijgt voor haar zelfportret?

00:22:43 Mayken Jonkman: Ja. Ze schrijft naar haar familie thuis dat het geweldig was en verschillende juryleden opstonden om haar de hand te schudden. Een van die kunstenaars vroeg of hij de speech mocht doen. Ze werd enorm gewaardeerd door de kunstenaars zelf. Al deze indicaties geven dat aan. Dat is erg mooi. Ze heeft het voor elkaar gekregen.

00:23:12 Janine Abbring: Uiteindelijk is ze zo succesvol en belangrijk geworden dat ze haar werken ongezien ieder jaar op die Salon kon inbrengen. Ze groeide uit tot een beroemdheid.

00:23:27 Mayken Jonkman: Ik weet niet zozeer of dat in Parijs zo was, maar in Nederland zeker. Ze portretteerde tot aan de koninklijke familie toe. Er is een geweldig mooi portret van koningin Emma met baby Wilhelmina op haar armen. Ze was ook een societyschilder. Dat deed ze erg goed.

00:23:47 Janine Abbring: Ze is vanuit Parijs dus weer teruggegaan naar Amsterdam?

00:23:49 Mayken Jonkman: Zeker. Het waren altijd bezoeken voor weken, dan wel enkele maanden. Ze woonde en werkte in Amsterdam. In een huis op de Prinsengracht, samen met haar familie. Haar zus Georgine Schwartze was beeldhouwer. De andere zus deed het management van de familie. Het was een familiebedrijf. Twee nichtjes, Lizzy en Theresia Ansingh, volgden in haar voetstappen. Die werden ook alle twee schilder. Het was een kunstenaarsfamilie.

00:24:21 Janine Abbring: Weten we hoe groot haar oeuvre uiteindelijk is?

00:24:25 Mayken Jonkman: Ja, duizend ongeveer. Dat is een schatting. Dit is een olieverfschilderij. Dat is iets dat ze waarschijnlijk in Parijs heeft opgepikt. Ze maakte veel portretten in pastel. Pastel is gekleurd krijt en daar kon ze snel in werken.

00:24:42 Janine Abbring: Olie moet je lang laten drogen.

00:24:44 Mayken Jonkman: Precies, dat is laag over laag. Dat duurt langer. Met die pastel kon ze snel werken. Omdat het zo snel is, had ze nog meer vrijheid. Ze vangt bijna één blik op, die momentopname.

00:25:01 Janine Abbring: Een nog lossere toets.

00:25:03 Mayken Jonkman: Precies. De uitdrukkingen die ze op de gezichten weet te vangen, zijn vlietender.

00:25:14 Janine Abbring: In een splitsecond. Een momentopname?

00:25:17 Mayken Jonkman: Ja, precies.

00:25:17 Janine Abbring: Als haar oeuvre wordt geschat op meer dan duizend werken, kunnen we dan concluderen dat ze er goed van kon leven?

00:25:22 Mayken Jonkman: Zeker, want ze was ook erg zakelijk. In een van de brieven waarin iemand vraagt om een portret van zijn kinderen, geeft ze dingen zakelijk aan. Als je alleen een hoofd wil, is het zoveel. Als je een buste wil, is het zoveel. Wil je ten voeten uit, dan betaal je de hoofdprijs. Dat waren hoge bedragen. Ze was ook erg van: take it or leave it. Ze ging niet onderhandelen. Dit is het.

00:25:47 Janine Abbring: Je kon niet afdingen?

00:25:49 Mayken Jonkman: Nee.

00:25:50 Janine Abbring: Als ik zo heb geluisterd naar jouw verhaal, was ze goed in netwerken. Je hoeft alleen maar naar Puck te kijken om haar onmiskenbare schilderstalent te voelen. Dat spat er vanaf. Ze was ook een goede prater. Als je goed kunt netwerken, moet je je woordje klaar hebben.

00:26:09 Mayken Jonkman: Ja, dat kon ze goed. Ze zag het als onderdeel van haar kunstenaarschap. Op zich is dat niet raar. In de zomers trokken alle families vanuit Amsterdam naar hun landhuizen en brachten daar de zomer door. De portretten werden daar dan geschilderd. De portretkunstenaars hadden het juist in de zomer het drukst. Het mooie is dat Thérèse Schwartze daar in verschillende brieven naar haar familie over schrijft. Ze is daar en daar en gelukkig is het erg gezellig. Of het is zo saai aan tafel dat ze elke keer de conversatie gaande moet houden. Voor haar is dit onderdeel van haar kunstenaarschap. Ze geeft aan dat ze dat op die manier ziet. Ze moet een goede netwerker zijn geweest en sociaal erg vaardig.

00:27:04 Janine Abbring: In het Rijksmuseum hangt dit werk op zaal. Ertegenover staat een andere bijzondere Schwartze.

00:27:14 Mayken Jonkman: Ja, dat is van haar zus Georgine Schwartze. Ze kijken elkaar bijna aan. Het is een buste die Georgine Schwartze maakte van een Italiaanse, maar een Italiaanse die in Nederland gevestigd is. Die getrouwd is met een Nederlander. Dat is ook een fenomenaal mooi stuk. Erg anders, want het is beeldhouwwerk. Daarmee is het wel erg de moeite waard. Erg leuk dat we ze alle twee op deze manier kunnen tonen.

00:27:40 Janine Abbring: Dat de zussen zo tegenover elkaar staan. Ik zei aan het begin al dat het een publiekslieveling is. Wat doet het met jou als jij er zo nu en dan eens voor stil blijft staan?

00:27:55 Mayken Jonkman: Ik werk nog maar kort bij het Rijksmuseum.

00:27:58 Janine Abbring: Hoe kort?

00:27:59 Mayken Jonkman: Twee jaar. Als ik over zaal loop, denk ik nog steeds: ik mag hiervoor zorgen. Dat is ontzettend bijzonder. Nederlanders in Parijs is lang een onderdeel van mijn onderzoek geweest. Er zijn een paar andere vrouwen - Henriëtte Ronner-Knip, Alida van Stolk - maar tegen Thérèse Schwartze kijk ik ontzettend op. Voor alles wat ik je net verteld heb, heb ik ontzettend veel bewondering. Ze is hoofd van een grote familie, dus degene die moet zorgen dat er genoeg geld is. Dat doet ze allemaal maar. Ze is eigenzinnig, heeft gevoel voor humor en zelfspot. Dat vind ik zo leuk van die brieven. Daarin hoor je bijna haar stem.

00:28:47 Janine Abbring: Je kunt in haar hoofd kijken.

00:28:48 Mayken Jonkman: Ja. De combinatie met zo'n prachtig schilderij is voor mij het summum.

00:28:56 Janine Abbring: Grappig dat je zegt 'om voor te zorgen'. Wat mooi.

00:29:00 Mayken Jonkman: Ik ben een passant. Dit blijft. Het is van ons allemaal. Ik mag ervoor zorgen, maar dat is het.

00:29:08 Janine Abbring: Dit was aflevering twaalf in de serie 'Wie kijkt mij aan?' van 'In het Rijksmuseum'. Volgende keer kijken we naar Truus Trompert. Een professioneel model dat onder andere poseerde voor beeldhouwer Charlotte van Pallandt, met wie ze een bijzondere band had. Tot dan.

Abonneer je op In het Rijksmuseum met je favoriete podcastspeler

Met dank aan

In het Rijksmuseum is powered by ING.