Anaïs van Ertvelde
Schrijver, geschiedkundige en docent aan het KASK
Nee, zo houdt men het palet niet. Vast bestaat daar een correcte methode voor geijkt op het lichaam van wie schilder hoort te zijn.
De schilderjuf kijkt me ongeduldig aan alsof ik mijn langevingerloze rechterhand met wilskracht alleen door dat duimgat kan drijven. Thuis aai ik hem over zijn bol, mijn hand, schilder er oogjes op, een neusje, een mond, en noem hem molletje.
Krabbetje, jouw hand, paste evenmin in paletten. Al lijkt het mij voor een ambachtsman toch niet moeilijk om ook rond onze handen een verfplank uit berkenhout te snijden.
Onze handen verdwijnen in onze zakken in onze jassen.
Bij mij op de schoolfoto, bij jou op Rembrandts portret.
Was dat jouw beslissing of de zijne?
Ik besluit al snel dat ik niet kan schilderen.
Maar schrijven, dat wel.
Al streep ik met de pinkzijde van mijn linkerhand de inkt over mijn schrijfboekje uit in noorderlichtgordijnen.
Passende vorm van hand ditmaal maar op de verkeerde plaats.
Crabbetje, Molletje, Swaentjen
In dat vlekkerige handschrift van mij ontstaat een oudhollands kinderliedje.
De blond bevlechte meisjes in hun klapspel verwikkeld.
Hun handen eerst klauwen, dan vuisten, dan wapperende vleugels.
Onbevreesd de vormen aannemend van wat ze op een ander soort lichaam liever niet zien.
Lucille Werner
Kwartiermaker inclusieve media AVROTROS
"Vroeger zei een arts tegen mijn ouders: 'Geef dit meisje in het leven maar een extra grote pop.' Wanneer ik naar het meesterwerk De bedreigde zwaan van Jan Asselijn kijk, vraag ik mij af of er over hem hetzelfde is gezegd.
Uitblinken met een handicap is nog altijd niet vanzelfsprekend. Juist daarom raakt dit schilderij aan iets wat ik herken: ruimte innemen als die niet vanzelfsprekend wordt gegeven. Het ontroert me dat Asselijn nu niet herinnerd wordt als 'de schilder met een beperking', maar als een van de grote kunstenaars. Dat is precies waar inclusie om draait.
Toch is het belangrijk om zijn achtergrond niet weg te poetsen. Niet omdat het hem definieert, maar omdat het laat zien wat mogelijk is. Vanuit mijn werk stel ik vaak de vraag: wie zien we nog niet en welk verhaal horen we nog niet? Voor mij zegt dit schilderij daarom ook: bescherm niet door klein te houden, maar door ruimte te maken. Dat is wellicht de kern; zijn handicap maakt hem niet bijzonder, maar juist zijn talent. Daarom is het vanzelfsprekend dat hij thuishoort in de Eregalerij van het Rijksmuseum.
Taco Dibbits
Directeur Rijksmuseum
De Bedreigde Zwaan door Jan Asselijn hangt op de Eregalerij. Een zwaan op ware grootte. Energiek spreidt ze haar vleugels, strekt ze haar hals, en blazend spert ze haar snavel open. Ze beschermt haar nest tegen de hond die aan komt zwemmen. De vijandige situatie en gespannen houding worden kracht bijgezet door de heldere contrasten en het tegenlicht. Maar ook door subtiele details zoals de - door de actie losgekomen - donzige bijna gewichtsloze veertjes. De zwaan kan worden gelezen als symbool van waakzaamheid, bescherming en onverschrokkenheid.
Asselijn kreeg tijdens zijn studieperiode in Rome (ca. 1635-1644), als onderdeel van de intreding bij een kunstenaarsvereniging, de bijnaam ‘krabbetje’. Hij had, zoals biograaf Arnold Houbraken schreef, namelijk “een geschroeide hand, en gekromde vingers (…), zoodanig dat hy ter naauwer nood zyn palet daar meê konde vast houden.” Het lijkt Asselijn niet te hebben gedeerd: hij werd een meester in het schilderen van landschappen, met zo nu en dan een dier in de hoofdrol. Maar geen krabbetjes. Toch herkennen we in de zwaan wellicht eenzelfde krachtige en standvastige houding als die van de gepantserde krab. Asselijns zwaan is één van de mooiste schilderijen op de Eregalerij en een publiekslieveling!






















