Paarden geld

Katsushika Hokusai, 1822, prent, RP-P-1958-282

Rood-wit porceleinen pot op een lakschaaltje, daarnaast een sleutelbos. Deze prent is een kalenderprent voor het jaar van het paard in 1822. Komahikizeni zijn muntstukken met een afbeelding van een paard er op. Met vijf gedichten.

Votief-tafeltjes met bloemen

Katsushika Hokusai, 1822, prent, RP-P-1958-287

Votief-tafeltjes (ema) met bloesemtakken. Met drie gedichten over het begin van de lente in het jaar van het paard.

Fujiwara clan : de parels van eb en…

Katsushika Hokusai, ca. 1822, prent, RP-P-1958-302

De parels van eb en vloed met de zeis van de Fujiwara clan op een zijden doek gedecoreerd met pruimenbloesem, gedrapeerd over een driepotige tafel. Met twee gedichten.

Hanengevecht en camelias

Ryûryûkyo Shinsai, ca. 1825, prent, RP-P-1958-523

Tweedelig scherm twee gedichten; links camelias, rechts hanengevecht.

Een beeldje van een os

Ryûryûkyo Shinsai, 1817, prent, RP-P-1958-600

Een beeldje in zwarte steen van een liggende os (nadeushi) op een stapel kussens op twee dozen. Deze kalenderprent laat in de zilveren munten de lange maanden zien met de grote en de korte met de kleinere munten. Met vier gedichten.

Stijgbeugel met bel

Teisai Hyakuba, 1822, prent, RP-P-1958-592

Stijgbeugel gedecoreerd met kersenbloesem liggend met een zilveren bel op een paarse doek. Met vijf gedichten.

Zilveren rijstwijnpotje en…

Teisai Hokuba, 1820 - 1829, prent, RP-P-1958-554

Een zilveren rijstwijnpotje op een rode standaard, daarachter een blauw witte porseleinen pot voor zoetigheid. Met één gedicht.

Vrouw bij een balkon

Karyôsai Hokuga, ca. 1820, prent, RP-P-1958-573

Zittende vrouw in kleding uit de Heian periode (794-1185), een grote waaier in de hand, leunend tegen de balustrade van een houten terras dat uikijkt op zee. De referentie naar Uji in het gedicht identificeren de dame als Ukifune, uit het 51 hoofdstuk van Het verhaal van Genji. Met twee gedichten.

Shiba Shôjô schrijft op een pilaar…

Totoya Hokkei, ca. 1821, prent, RP-P-1958-371

Shiba Shôjô (d. 126 BC) schrijft een wens op een paal aan de oever van een waterval. Met twee gedichten.

Drie vissen en adelaarsvaren

Totoya Hokkei, ca. 1810 - ca. 1820, prent, AK-MAK-969

Een zeebaars met twee forellen en adelaarsvaren. Met twee gedichten