Heuvellandschap met kerkje en…

Pieter Casper Christ, 1864, prent, RP-P-1879-A-3501

Landschap met watermolen

Pieter Casper Christ, ca. 1860 - ca. 1870, prent, RP-P-1892-A-17615

Eenden in bosvijver

Pieter Casper Christ, 1864, prent, RP-P-BI-5780

Gezicht op de uiterwaarden van de…

Henricus Wilhelmus Couwenberg, naar Abraham Johannes Couwenberg, 1838, prent, RP-P-1904-1408

Gezicht op landgoed en kasteel…

Henricus Wilhelmus Couwenberg, naar Abraham Johannes Couwenberg, 1838, prent, RP-P-1904-1415

Gezicht op een beekdal bij…

Henricus Wilhelmus Couwenberg, naar Abraham Johannes Couwenberg, prent, RP-P-1904-1410

Breken van het ijs in Arnhem

Reinier Craeyvanger, naar Alexander Ver Huell, 1855 - 1880, prent, RP-P-1886-A-10135

De Sabelspoort van de stad Arnhem. De Neder-Rijn is bevroren. Toeschouwers verzamelen zich aan de oever van de rivier. Ze kijken naar soldaten die met artillerie proberen het kruiend ijs te breken.

Spotprent op het bestuur van de…

Johan Michaël Schmidt Crans, naar Reinier Cornelis Bakhuizen van den Brink, 1860, prent, RP-P-OB-89.300

Spotprent waarin een verversjongen op een muur karikaturen schildert van J. de Wal en H.J. Koenen, bestuursleden van de Koninklijke (Nederlandse) Akademie van Wetenschappen. Links komt een politieagent om de hoek kijken. Plaat verschenen bij het weekblad De Nederlandsche Spectator, nr. 14, 7 april…

Spotprent over de uitgifte van…

Johan Michaël Schmidt Crans, 1860, prent, RP-P-OB-89.305

Spotprent over de uitgifte van cultuurcontracten in Nederlands-Indië. Minister van Koloniën Jan Jacob Rochussen als winkelier en Baron van Hoëvell met masker als klant. Plaat verschenen bij het weekblad De Nederlandsche Spectator, nr. 20, 19 mei 1860.

Spotprent op ledigheid van…

Johan Michaël Schmidt Crans, naar Mark Pranger Lindo, 1860, prent, RP-P-OB-89.312

Spotprent op ledigheid van ambtenaren op de ministeriële departementen bij afwezigheid van het hoofd van de afdeling. Kamer met verschillende, deels verklede, vogels, een ezel slaapt in een stoel. Plaat verschenen bij het weekblad De Nederlandsche Spectator, nr. 30, 28 juli 1860.