Thee-urn

Fa. Bennewitz en Zonen, 1828, vaatwerk, BK-1978-106-A

Het rechthoekige komfoor (B) met afgeronde hoeken rust op vier ronde, bolle, verticaal geribde pootjes met gewelfde, zich verjongende bovengedeeltes, die op de basis zijn bevestigd. Het is opgebouwd uit een rechtwandige basis, een concaaf gedeelte, een bol opengewerkt gedeelte en een ingesnoerd…

Strooibus

Diederik Lodewijk Bennewitz, 1806, vaatwerk, BK-1960-85

De gladde, cilindrische bus heeft een afschroefbare bodem waarvan de rand even uitsteekt. In de bolle bovenzijde zijn spiraalsgewijs ronde strooigaatjes aangebracht. Er past een bol deksel op, waarvan de onderzijde is versierd met een filetrand. Op het deksel is het wapen Clifford met het helmteken…

Strooibus versierd met godrons en…

Jacob Schenk (vervalsing naar), voor 1944, vaatwerk, BK-15756-B

De ronde strooibussen hebben een meervoudig gewelfde voet. Het lichaam is opgebouwd uit een half-bolvormig gedeelte, gevat in drie vrouwelijke hermen, waartussen steeds twee godrons, en een glad concaaf, zich verjongend gedeelte, dat aan de bovenzijde door een uitstekende rand wordt bekroond. De…

Suikerstrooier van zilver,…

Jan Verdoes (toegeschreven aan), 1746, vaatwerk, BK-15755-A

Suikerstrooier van zilver. Het omgekeerd peervormige vat, de gewelfde voet en de opengewerkte dop zijn getordeerd en versierd met gedreven rocailles, ranken, bloemen en vogels.

Kandijbakje

Gerrit Boverhof (toegeschreven aan), 1746, vaatwerk, BK-NM-7894

Het langgerekt achthoekige bakje heeft twee oren met scharnierende hengsels. De voet is opgebouwd uit een geschulpt, gewelfd, zich verjongend gedeelte, rustend op een lage basis, en een glad, ingesnoerd gedeelte dat de verbinding vormt met het vat, dat weer gechulpt is. De wand van het vat is eerst…

Strooier met ronde gaten in het…

Anthonie Grill (toegeschreven aan), 1642, vaatwerk, BK-1997-1-C

Strooier, behorend bij een specerijenservies. De strooier rust op een zeslobbige voet waarop een afgeplatte nodus en een diabolovormig tussenstuk gestapeld zijn. Hierboven verheft zich het lichaam dat de vorm heeft van een pijnappel - in een slankere uitvoering dan van de oliekan - versierd met…

Deksel van dekschaal, behorend bij…

Fa. Bennewitz en Bonebakker, 1816, vaatwerk, BK-1983-39-D-1

Het deksel bestaat uit een convex onder- en een concaaf bovengedeelte, waartussen de scheiding door een filetrand gemarkeerd wordt. Het deksel is bekroond door een greep in de vorm van twee bladertakjes met eikels, die in het midden om elkaar heen gedraaid zijn.

Strooibus van zilver in de vorm van…

anoniem, 1723, vaatwerk, BK-1971-10

Strooibus van zilver. Het vat heeft een zuiver tuinvaas-vorm. Het strooideksel is koepelvormig en is opengewerkt met plantachtige motieven.

Tazza (drinkschaal op voet)

Paulus Willemsz. van Vianen, 1607, vaatwerk, BK-1953-13

Drinkschaal op voet van zilver. In de schaal is het Parisoordeel voorgesteld. Op de dekplaat zijn landschappen met boerenwoningen gedreven, gescheiden door kwabornament.

Drinkschaal met allegorieën op de…

Matthias Molckman (toegeschreven aan), 1595, vaatwerk, BK-16486

Drinkschaal op voet, geheel verguld. Uit een gewelfde voet met verhoogd midden verrijst een balusterstam, die de ronde schaal met losse dekplaat draagt. In de schaalbodem, omgeven door een bladkrans, een gedreven reliëf waarin de zuivere en de onzuivere liefde allegorisch zijn voorgesteld (zie…