Strooibus versierd met godrons en…

Jacob Schenk (vervalsing naar), voor 1944, vaatwerk, BK-15756-B

De ronde strooibussen hebben een meervoudig gewelfde voet. Het lichaam is opgebouwd uit een half-bolvormig gedeelte, gevat in drie vrouwelijke hermen, waartussen steeds twee godrons, en een glad concaaf, zich verjongend gedeelte, dat aan de bovenzijde door een uitstekende rand wordt bekroond. De…

Suikerstrooier van zilver,…

Jan Verdoes (toegeschreven aan), 1746, vaatwerk, BK-15755-A

Suikerstrooier van zilver. Het omgekeerd peervormige vat, de gewelfde voet en de opengewerkte dop zijn getordeerd en versierd met gedreven rocailles, ranken, bloemen en vogels.

Kandijbakje

Gerrit Boverhof (toegeschreven aan), 1746, vaatwerk, BK-NM-7894

Het langgerekt achthoekige bakje heeft twee oren met scharnierende hengsels. De voet is opgebouwd uit een geschulpt, gewelfd, zich verjongend gedeelte, rustend op een lage basis, en een glad, ingesnoerd gedeelte dat de verbinding vormt met het vat, dat weer gechulpt is. De wand van het vat is eerst…

Zilveren theeservies

Koninklijke Utrechtsche Fabriek van Zilverwerken van C.J. Begeer, 1906, vaatwerk, BK-1983-32

Theeservies van zilver met email, bestaande uit een theepot, een suikerpot, een klontjesbak, een melkkan en een theebus.

Ampul van zilver op zeskantige voet

anoniem, ca. 1685 - ca. 1700, vaatwerk, BK-NM-2351-A

Ampul van zilver, op een zeskantige voet. Het halfronde vat gaat over in een rechte hoge hals. Het oor heeft de vorm van een hazewindhond. Mogelijk een nabootsing.

Strooier met ronde gaten in het…

Anthonie Grill (toegeschreven aan), 1642, vaatwerk, BK-1997-1-C

Strooier, behorend bij een specerijenservies. De strooier rust op een zeslobbige voet waarop een afgeplatte nodus en een diabolovormig tussenstuk gestapeld zijn. Hierboven verheft zich het lichaam dat de vorm heeft van een pijnappel - in een slankere uitvoering dan van de oliekan - versierd met…

Deksel van dekschaal, behorend bij…

Fa. Bennewitz en Bonebakker, 1816, vaatwerk, BK-1983-39-D-1

Het deksel bestaat uit een convex onder- en een concaaf bovengedeelte, waartussen de scheiding door een filetrand gemarkeerd wordt. Het deksel is bekroond door een greep in de vorm van twee bladertakjes met eikels, die in het midden om elkaar heen gedraaid zijn.

Theeservies, driedelig, met het…

Fa. As. Bonebakker en Zoon, 1852, vaatwerk, BK-1973-30

Het servies bestaat uit een theepot, een melkkan, en een suikerbak. Deze zijn alle afgerond rechthoekig. Ze rusten op een rechtwandige basis met accoladevormig gewelfde zijden. Daarboven rijst de gewelfde, zich verjongende voet op, die het bol gewelfde vat draagt. Voet en vat zijn gescheiden door…

Suikerstrooier, ovaal, met…

Jean Theodore Oostermeyer, 1817, vaatwerk, BK-1978-128-B

De ovale strooibussen rusten op een gewelfde voet met een rechtwandige, aan de zijkanten iets hoger oplopende basis. Het gewelfde, zich verbredende lichaam loopt eveneens aan de zijkanten hoger op. Het dubbel gewelfde deksel wordt bekroond door een bol, geribd gedeelte met in de ribben strooigaten,…

Eierdop, deel van een kinderservies…

Peter Bruckmann en Söhne, ca. 1900, vaatwerk, BK-1968-40-C

Eierdop van zilver, op een voetje en aan de binnenzijde verguld. Versierd met klimopranken en een gegraveerde letter M onder een koningskroon.