De pruimenboomgaard te Kameido

Hiroshige (I) , Utagawa, 1857, prent, RP-P-1956-743

Gezicht op een boomgaard met pruimenbloesen, gezien tussen de takken door van een pruimenboom op de voorgrond; op de achtergrond picknickende bezoekers; op de voorgrond links een deel van de toegangspoort; tegen een felrode lucht.

Fukami Jikyu in maanlicht

Tsukioka Yoshitoshi, 1887, prent, RP-P-1983-391

Fukami Jikyu in zwarte kimono met patroon van grote chrysanten, lopend tussen neerdwarrelende bloesemblaadjes, bij volle maan.

Zilverreiger in de regen

Ohara Koson, 1925 - 1936, prent, RP-P-1999-548

Zilverreiger, staand op een poot in de regen; tegen zwarte achtergrond.

Helder weer en een zuidelijke wind

Katsushika Hokusai, 1829 - 1833, prent, RP-P-1952-183

Gezicht op de Fuji, in rood, met besneeuwde top, oprijzend uit een donkergroen pijnboom bos; tegen een blauwe lucht met witte wolken.

De Jumantsubo vlakte te Susaki bij…

Hiroshige (I) , Utagawa, 1857, prent, RP-P-1956-754

Een arend vliegend boven water en een uitgestrekte besneeuwde vlakte; bergen op de achtergrond; tegen een donkergrijze lucht met sneeuwvlokken.

Anthologie van pioenrozen

Utagawa (school van), 1830 - 1840, boek, AK-MAK-1342

Deel één; kaft waarop afbeelding van bloeiende pioenrozen; linksboven titelstrook; 9 bladen, genummerd (enkele ontbrekende pagina`s): 1-17, tekst en afbeeldingen van mythologische onderwerpen.

Twee reizende muzikanten

Kita Busei, ca. 1820 - ca. 1830, prent, RP-P-1958-561

Twee rondreizende spelers. De man danst met een waaier voor zijn gezicht, de vrouw, op de rug gezien, bespeelt de shamisen. Met vier haiku gedichten. De stijl waarin deze prent in uitgevoerd suggereert een veel vroegere periode in de Japanse kunstgeschiedenis. Het is mogelijk dat de kunstenaar deze…

Arashi Rikan als Miyamoto Musashi

Shunpusai Hokumyo, 1832, prent, RP-P-1975-55

De acteur Arashi Rikan II in de rol van de sterke man Miyamoto Musashi, wijdbeens een houten balk boven zijn hoofd tillend.

Geisha bindt haar ceintuur om

Kurizono, ca. 1825 - ca. 1830, prent, RP-P-1958-559

Een geisha bindt haar ceintuur (obi) om en staat voor een Japanse zither (koto) die op een zwart gelakte kist rust. Met twee gedichten.