Man steekt zijn pijp aan

Anthonie van den Bos, naar Adriaen van Ostade, 1778 - 1838, prent, RP-P-1877-A-314

Een man zit bij het haardvuur en ontsteekt zijn pijp met een kooltje uit de haard.

Twee staande mannen in gesprek

Anthonie van den Bos, naar Adriaen van Ostade, 1778 - 1838, prent, RP-P-BI-4145

Twee mannen ontmoeten elkaar op de weg. De een houdt een kruik in zijn hand. Hij wijst de ander de weg.

Wintergezicht

Anthonie van den Bos, naar Pieter Jan van Liender, Paulus van Liender, 1778 - 1838, prent, RP-P-BI-4102

Schaatsers op het ijs, op de achtergrond een kerk met huizen.

Geleerde in studeervertrek

Anthonie van den Bos, naar Jacob van der Ulft, 1778 - 1838, prent, RP-P-BI-4099

Een geleerde zit achter een schrijftafel in zijn studeervertrek en ontvangt drie mannen. Op de grond naast de tafel staat een globe en er ligt een viool. Tegen de muur staat een boekenkast. Op de kast staat een tweede globe.

Winterlandschap met ijsvermaak

Anthonie van den Bos, naar Louis Meijer, 1778 - 1838, prent, RP-P-1877-A-287

Winterlandschap. Op een bevroren rivier duwt een boer een slede met een vrouw. Achter hem aan loopt een hond. Links loopt een jongen die takken vergaart heeft. Op de achtergrond een huis met een kar ervoor.

Havengezicht

Anthonie van den Bos, naar Abraham Storck, 1778 - 1838, prent, RP-P-BI-4032

Drie mannen staan op de kade van een haven vlakbij een toren te praten. Een vierde man brengt lading vanuit een aan de kade aangemeerd schip aan land.

Herder met geiten

Anthonie van den Bos, naar Nicolaes Pietersz. Berchem, 1778 - 1838, prent, RP-P-BI-4152

Herder leunend op een stok, met drie geiten en een herdershond. Op zijn rug draagt de herder een doedelzak.

Vijf putti met bloemtakken

Anthonie van den Bos, naar Jan Punt, 1778 - 1838, prent, RP-P-BI-4063

Huis met kruiwagen voor de deur

Anthonie van den Bos, naar Isaac van Ostade, 1778 - 1838, prent, RP-P-1882-A-5581

Landschap met hengelaar

Anthonie van den Bos, naar Aarnout ter Himpel, 1778 - 1838, prent, RP-P-BI-3091

Een hengelende man zit met zijn hond aan de oever van een rivier. Aan de overkant staat een groep bomen. Een wandelaar maakt een praatje met de hengelaar.