Tuinbank in Marotstijl

anoniem, ca. 1700 - ca. 1750, bank, BK-16480

Bank van gebeitst grenenhout. De smalle zitting rust op wangen en heeft onder de regel een geschulpt sierstuk met gebroken voluten, in het midden een symmetrisch bladmotief met takken en op de hoeken kwasten. De hoge rug heeft een middenveld, onder en boven geschulpt, dat in reliëf jachttropheeën,…

Tuinbank in Marotstijl (rug)

anoniem, ca. 1700 - ca. 1750, bank, BK-16480-B

De hoge rug heeft een middenveld, onder en boven geschulpt, dat in reliëf jachttropheeën, aan linten opgehangen, vertoont, waarboven afgewende knormotieven, van onderen samengesnoerd. Aan weerszijden gestoken voluutconsoles. Ter bekroning acanthusbladeren temidden van twee toegewende gebroken…

Wandtafel met marmeren blad en…

E. Muller, ca. 1810, meubilair, BK-1984-167-A

Wandtafel van mahoniehout met wit marmeren blad en verguld bronzen beslag. Het blad wordt aan de voorzijden gestut door gebeeldhouwde en gepolychromeerde gevleugelde kariatiden met naturalisch weergegeven roofdierpoten.

Tafelklok van hout; vierkante kast…

Pieter Visbach (I), 1650 - 1700, tafelklok, BK-NM-3483

Houten tafelklok. Het uurwerk is gevat in een kleine vierkante kast op afgeplatte bolpoten, tussen twee Toscaanse halfzuilen. De zwikken zijn gevuld met opengewerkte rankmotieven. De kast wordt bekroond met een gebroken kwartrond fronton, met in het midden een vaas op een voetstuk. Op de twee delen…

Wandtafel met marmeren blad en…

E. Muller, ca. 1810, meubilair, BK-1984-167-B

Wandtafel van mahoniehout met wit marmeren blad en verguld bronzen beslag. Het blad wordt aan de voorzijden gestut door gebeeldhouwde en gepolychromeerde gevleugelde kariatiden met naturalisch weergegeven roofdierpoten.

Neo-gothische stoel met gros-point…

Gebroeders Horrix, ca. 1850, stoel, BK-R-4917-B

Neo-gothische stoel met gros-point bekleding. De stoel is van palissanderhout, grenen en iepenhout gemaakt.

Tuinbank in Marotstijl (zitting)

anoniem, ca. 1700 - ca. 1750, bank, BK-16480-A

Bank van gebeitst grenenhout. De smalle zitting rust op wangen en heeft onder de regel een geschulpt sierstuk met gebroken voluten, in het midden een symmetrisch bladmotief met takken en op de hoeken kwasten.