Specerijenservies, bestaande uit…

Anthonie Grill (toegeschreven aan), 1642, vaatwerk, BK-1997-1

Het servies bestaat uit een blaadje met afschroefbaar handvat, met daarop een oliekannetje, een strooier met ronde gaatjes, een strooier met ruitvormige gaatjes en een zoutvat met deksel. Het blad heeft als grondvorm een vierpas met binnen elke cirkel een lichte welving waarop een van de vaten of…

Specerijhouder

anoniem, ca. 1600, vaatwerk, BK-NM-4313

Specerijdoos van zilver in de vorm van een fluitschip. Op de spiegel het wapen van Prins Maurits.

Tazza (drinkschaal op voet) met een…

Aelbert Verhaer (toegeschreven aan), 1602, vaatwerk, BK-1960-14

Ronde drinkschaal op voet van gedreven zilver. Op de bodem een voorstelling van een bijeenkomst van Olympische goden. Op de dekplaat drie cartouches, berglandschappen met rivieren, gebouwen en figuren. Meesterteken: schild met drie ruiten.

Drinkschaal

Johannes Lutma (1584-1669), 1641, vaatwerk, BK-NM-13258

De cartouchevormige schaal is uit één stuk zilver gedreven. Hij is versierd met weke, in elkaar overvloeiende ornamenten. In de verdiepte bodem, die aan de binnenzijde van een menselijke schedel doet denken, is een opengesperde muil weergegeven. De vlakke bovenrand verbreedt zich in een golfbeweging…

Driedelig theeservies

Firma Hoeker & Zoon, 1903, vaatwerk, BK-1973-158

Het servies bestaat uit een theepot (A) met een rechte tuit, een scharnierend met riet omwondem hengsel en een los deksel, een suikerpot (B) met twee platte, iets oplopende oren en een los deksel, en een melkkan (C) met een C-vormig gebogen oor en een lange rechte tuit. Alle voorwerpen rusten op een…

Suikerbak met het alliantiewapen…

Fa. As. Bonebakker en Zoon, 1852, vaatwerk, BK-1973-30-C

Het servies bestaat uit een theepot, een melkkan, en een suikerbak. Deze zijn alle afgerond rechthoekig. Ze rusten op een rechtwandige basis met accoladevormig gewelfde zijden. Daarboven rijst de gewelfde, zich verjongende voet op, die het bol gewelfde vat draagt. Voet en vat zijn gescheiden door…

Suikerstrooier, ovaal, met…

Jean Theodore Oostermeyer, 1817, vaatwerk, BK-1978-128-B

De ovale strooibussen rusten op een gewelfde voet met een rechtwandige, aan de zijkanten iets hoger oplopende basis. Het gewelfde, zich verbredende lichaam loopt eveneens aan de zijkanten hoger op. Het dubbel gewelfde deksel wordt bekroond door een bol, geribd gedeelte met in de ribben strooigaten,…

Strooibus

Pieter van der Kruyf, 1768, vaatwerk, BK-1956-7

Zilveren strooibus met vier getordeerde ribben die op de voet beginnen, over de peervormige buik afwisselen met een gedraaide zwelling, vervolgens waar te nemen zijn in de hoeken van een afsluitend horizontaal profiel en daartussen zich voortzetten over de hoge dop. Deze is bekroond door een…

Strooier met ruitvormige gaten in…

Anthonie Grill (toegeschreven aan), 1642, vaatwerk, BK-1997-1-D

Strooier, behorend bij een specerijenservies. De strooier rust op een zeslobbige voet waarop een afgeplatte nodus en een diabolovormig tussenstuk gestapeld zijn. Hierboven verheft zich het lichaam dat de vorm heeft van een pijnappel - in een slankere uitvoering dan van de oliekan - versierd met…

Dekschaal, behorend bij komfoor,…

Fa. Bennewitz en Bonebakker, 1816, vaatwerk, BK-1983-39-D

De twee rechthoekige komforen (C en E) met gebogen zijden en afgeronde hoeken rusten op vier gedrukte bolpootjes, waarvan de onderste helft is vervaardigd van ebbenhout. Aan de korte zijden van de onderrand verheffen zich de omkrullende steunen van de spoelvormige handgrepen. Langs de onder- en…