Heer en Cupido

Gesina ter Borch, ca. 1652 - ca. 1653, tekening, BI-1890-1952-17

Tekening van een heer waar Cupido zijn pijl op heeft gericht, naast een liefdesklacht over een heer die verliefd is geworden op iemand boven zijn stand; op de melodie van Cloris en Belle.

Jonge vrouw in bed met liefdespijn

Gesina ter Borch, ca. 1653, tekening, BI-1890-1952-24

Jonge vrouw in bed met liefdespijn, een dokter voelt haar pols; gedicht op de melodie van Prins Roebert.

Heer knielend voor een jongedame

Gesina ter Borch, ca. 1653, tekening, BI-1890-1952-29

Heer knielend voor een jongedame naast een liefdesklacht op de melodie van Nadien u goddelijckheijt.

Aanbidding der herders

Gesina ter Borch, 1653, tekening, BI-1890-1952-31

Aanbidding der herders onder kerstlied zonder aangegeven melodie.

Roker zittend aan een tafel

Gesina ter Borch, 1653, tekening, BI-1890-1952-34(R)

Roker zittend aan een tafel naast de eerste 3 van in totaal 7 coupletten van een drinklied, zonder aangegeven melodie.

Soldaat, dame en heer, van achteren

Gesina ter Borch, ca. 1653 - ca. 1654, tekening, BI-1890-1952-36

Soldaat, dame en een heer bij een moraliserend gedicht op de melodie van Petijte Roijael.

Jozef en de vrouw van Potifar

Gesina ter Borch, ca. 1654, tekening, BI-1890-1952-43

Jozef en de vrouw van Potifar naast gedicht op de melodie van Tweede carijleen.

Tijter achtervolgd Amarillis

Gesina ter Borch, ca. 1654, tekening, BI-1890-1952-48

Tijter achtervolgd Amarillis onder gedicht op de melodie van Geswinde bode van de min.

Officier die afscheid neemt van een…

Gesina ter Borch, ca. 1654, tekening, BI-1890-1952-55

Officier die afscheid neemt van een dame naast gedicht in de vorm van een militaire variant op de normaal gesproken amoreuze klacht, zonder aangegeven melodie. Het gedicht heeft de vorm van een afscheidslied in de oude traditie van de middeleeuwse afscheidsliederen.

Geliefden in een formele tuin

Gesina ter Borch, 1658, tekening, BI-1890-1952-81

Geliefden in een formele tuin onder een gedicht waarin de spreker zich tot Clooris richt, op de melodie van Langerack.