AANDACHT
Hij schreeuwt om aandacht. Met dat lichte pak lukt het luitenant Wilhem van Ruytenburch (1600-1652) dat ook aardig, ook omdat Rembrandt hem een centrale plek gaf. Als tweede man leidt hij als lichtend voorbeeld Wijk 2 van de Amsterdamse schutterij. Een klein opdondertje is hij naast zijn kapitein Banning Cocq, maar hij oogt zelfverzekerd en weet wat hij op het schilderij doet.
OPVALLEND PAK
Met zijn opvallende en modieuze pak mag hij voor eeuwig shinen. De (waarschijnlijk) buffellederen en mouwloze kolder is prachtig afgezet met zwaar borduurwerk in gouddraad. De schaduw van Cocqs hand omvat het zo vormgegeven Amsterdamse stadswapen. Een subtiel teken voor waar dit schilderij om gaat: het beschermen van de stad.
IN STEEN GEBEITELD
Volgens een betrokkene betaalden de schutters ieder honderd gulden voor hun plekje op het schuttersstuk en de beide officieren nog iets meer. Niet alleen zijn zij in actie vereeuwigd maar ook op het cartouche middenboven tegen de muur. Hun namen zijn hier quasi-authentiek ingehakt, met die van onze hoofdrolspeler pontificaal bovenaan: ‘Willem van Ruijtenburch van Vlaerding heer van Vlaerdingen lu[ij]tenant’.
VERMOGEND
Van Ruytenburch stamt uit een geslacht dat al enige generaties tot de stedelijke elite gerekend mag worden. Zijn moeder, Aeltge Pietersdr., was een telg uit een ander vooraanstaand geslacht: Bicker. Zijn vader Pieter Gerritszn Ruytenburch bouwde het familiefortuin uit door de handel in specerijen en Wilhem zelf was een actief belegger in aandelen VOC en WIC. Ook speculeerde hij in land en ander onroerend goed.
ADELIJKE ASPIRATIES
De familienaam was ontleend aan het door hen bewoonde huis ‘In Ruytenburgh’ aan de Oudezijds Achterburgwal. In 1632 liet hij Heijltgen Joosten, een oude Brabantse weduwvrouw, verklaren dat hij uit een oud Budels geslacht stamde, met een serieus oud familiewapen. Hij vestigt zich aan de Herengracht, the place to be als mee wilt tellen in die tijd en dat in een, net als zijn kostuum opvallend, dubbel pand met blauwe hardstenen voorgevel.
HEER VAN VLAARDINGEN
In 1628 erfde hij van zijn vader de prestigieuze ambachtsheerlijkeden van Vlaardingen en Vlaardinger-Ambacht, die deze in 1610, tijdens het Twaalfjarig Bestand, van de Prins van Arenberg had gekocht. Hier bouwde Wilhem op een mooie plek aan het water een buitenplaats, waar hij zomers veel vertoefde. Zo kon hij zich meten onder andere met zijn zwager Adriaan Pauw, een machtige speler in ’s lands politiek, die heer van Heemstede was.






