26 oktober 2012 - 14:00

Prof. Dr. Maarten Prak, hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Unversiteit Utrecht, is benoemd tot honorair conservator geschiedenis bij het Rijksmuseum.

prak

Prof. Dr. Maarten Prak, hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Unversiteit Utrecht, is benoemd tot honorair conservator geschiedenis bij het Rijksmuseum. Met deze benoeming wil het museum zijn binding met de academische wereld verder versterken en de eigen historisch-wetenschappelijke basis vergroten. Prak (1955) zal gevraagd en ongevraagd het museum op het brede terrein van de geschiedenis adviseren, bijvoorbeeld bij aanwinsten, tentoonstellingen, congressen en algemeen beleid, en zal daarbij voor het museum als belangrijk klankbord dienen. Zijn onderzoeksterrein en zijn wetenschappelijke interesses sluiten nauw aan bij de taken van het Rijksmuseum. Binnenkort verschijnt een nieuwe editie van zijn belangrijke boek Gouden Eeuw. Het raadsel van de Republiek. Prak, wiens benoeming voor drie jaar is, wordt na Niek van Sas de tweede honorair conservator geschiedenis.

Geschiedenis gaat in het vernieuwde Rijksmuseum een belangrijke plaats innemen. Vanaf heropening op 13 april 2013 toont het Rijksmuseum in 80 zalen een overzicht van 800 jaar Nederlandse geschiedenis aan de hand van 8.000 voorwerpen van geschiedenis en kunst vanaf de Middeleeuwen tot nu.

Ook in publicaties, op het gebied van educatie en op de website gaat geschiedenis in het Rijksmuseum een grotere rol spelen. In de Teekenschool, het nieuwe multidiciplinaire educatieve centrum, worden kinderen ondergedompeld in de Nederlandse kunst én geschiedenis. Aanstaande zaterdag 27 oktober wordt voor de eerste keer de Nacht van de Geschiedenis in het Rijksmuseum gehouden.

Maarten Prak: ‘Het Rijksmuseum is zonder twijfel het mooiste museum van Nederland. In de nieuwe inrichting krijgt de geschiedenis een nog grotere plaats dan voorheen. Een bijdrage te mogen leveren aan de toekomst van dit museum is de droom van iedere historicus en ik vind het een groot voorrecht dat mij die gelegenheid wordt geboden.’