In de jaren na de Tweede Wereldoorlog voltrok zich een wonder in Nederland: ondanks de forse bevolkingsgroei daalde de werkloosheid en maakte de economie een geweldige groeispurt. Vrijwel alle Nederlanders profiteerden in de loop van de jaren 60 van de nieuwe welvaart. Voor degenen die het moeilijk hadden werd onder aanvoering van minister-president Drees de verzorgingsstaat op poten gezet. Tegelijkertijd werden de banden van de vooroorlogse verzuiling minder knellend. NG-694-2-13

Volgende

1945-1958 Naoorlogs herstel

Kranen uit de USA worden ingezet bij het herstel van de Rotterdamse haven. United States Information Service, 1946-1947

Kranen uit de USA worden ingezet bij het herstel van de Rotterdamse haven. United States Information Service, 1946-1947

Een eerste bijdrage aan het herstel van het naoorlogse Nederland kwam van de Amerikaanse regering. Dankzij deze ‘Marshallhulp’ werden geld, goederen, grondstoffen en levensmiddelen over de Atlantische Oceaan gezonden. De politieke macht was tussen 1948 tot 1958 in handen van een ‘rooms-rode’ coalitie: een samenwerkingsverband tussen de katholieke KVP en de socialistische PvdA. Onder leiding van de PvdA-minister-president Willem Drees vond in die periode de wederopbouw plaats. Iedere burger moest zijn steentje bijdragen. Nederland was het enige land in West-Europa waar nauwelijks loonstijging plaatsvond. Hierdoor kreeg het een goede concurrentiepositie ten opzichte van andere landen. Belangenorganisaties van werkgevers en werknemers werkten nauw samen.

Vorige

1958-1965 Uitbreiding verzorgingsstaat

Schelpenportert van Willem Drees. Nederland, ca. 1960

Verkiezingsaffiche van de Partij voor de Arbeid, 1952

In 1947 had Drees als minister van Sociale Zaken al een begin gemaakt met verdere uitbreiding van de ‘verzorgingsstaat’: het systeem waarbij de staat primaire verantwoordelijk draagt voor het welzijn van de burgers. Onbemiddelde ouderen ontvingen sindsdien een vaste staatsuitkering. Tien jaar later, in 1957, volgde de invoering van de Algemene Ouderdoms Wet (AOW): een verplicht collectief ouderdomspensioen. Na de regeerperiode van Drees ontstonden in 1963 de Algemene Kinderbijslagwet en in 1965 de Algemene Bijstandswet, waarmee financiële ondersteuning voor gezinnen en onbemiddelde burgers een recht werd. Behoeftige Nederlanders bleven niet meer afhankelijk van kerkelijke of particuliere liefdadigheid. De kosten van het uitvoerige stelsel van uitkeringen, publieke gezondheidszorg en betaalbaar onderwijs werden voortaan door de staat gedragen.