In het najaar van 1944 bevrijdde het geallieerde leger het zuiden van Nederland. De rest van het land ging toen nog een uitputtende hongerwinter tegemoet. Op 5 mei 1945 gaf het Duitse leger in Nederland zich over en was heel Nederland bevrijd. In Nederlands-Indië kwam met de Japanse capitulatie van 15 augustus 1945 een einde aan de oorlog.

Volgende

Feest

Jurk gemaakt van landkaarten van zijde, afkomstig van de Engelse Luchtmacht. J. Terwen-De Loos, 1945

Nationale feestrok. Jantje Maria van den Bosch-Elzinga, 1946-1955

Het nieuws zat al dagen in de lucht en het verlossende woord drong in de avond van 4 mei 1945 via de radio door: Nederland was vrij. De feestvreugde kon losbarsten. Zonder gevaar was dat niet, want de geallieerde soldaten waren de eerste dagen nog lang niet overal aangekomen en het Duitse leger was nog steeds bewapend. In Amsterdam openden Duitse militairen op 7 mei vanuit het gebouw van de Groote Club op de hoek van de Kalverstraat en de Dam het vuur op een feestvierende menigte. Er vielen 22 doden en meer dan 100 gewonden. Een smet op de feestvreugde vormde de mishandeling van landverraders. Vooral vrouwen die beschuldigd werden van intieme contacten met Duitse soldaten moesten het daarbij ontgelden.

Vorige Volgende

Jappenkampen

Schoenen gedragen door gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborch Stachouwer tijdens zijn internering in Japanse kampen 1942-1945

Na de capitulatie van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) op 8 maart 1942 werden de soldaten van dat leger krijgsgevangen gemaakt. De Japanners interneerden de meeste Nederlanders en ook andere bewoners van Nederlands-Indië in kampen, de mannen gescheiden van de vrouwen en kinderen. De geïnterneerden wachtte een afschuwelijk lot van honger, uitputting en vernedering. Veel mannen werden gedwongen tewerkgesteld, onder andere aan de Birma-spoorlijn – ook wel bekend als de ‘dodenspoorlijn’. Zij die het overleefden, kwamen pas in de zomer van 1945 in vrijheid. Onder de gevangenen in de Jappenkampen die toen door de Amerikanen werden bevrijd was ook A.W.L. Tjarda van Starkenborch Stachouwer, de laatste gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.

Vorige

Troostmeisjes

Uit de serie ‘Troostmeisjes’: Portret van Wainem. Jan Banning, 2008-2009

Portret van Paini. Jan Banning, 2008-2009

Portret van Mardiyah. Jan Banning, 2008-2009

Portret van Icih. Jan Banning, 2008-2009

De Tweede Wereldoorlog liet zowel in Nederland zelf als in Nederlands-Indië diepe sporen na bij overlevenden. Voor de slachtoffers die terugkeerden uit de Duitse concentratiekampen en de Jappenkampen was de oorlog na de bevrijding nog lang niet voorbij. Ook anderen waren vaak voor het leven getekend door het onrecht dat ze ondergingen. De eerste jaren na de oorlog konden de slachtoffers nog niet op al te veel medeleven rekenen, maar later kwam er meer begrip voor hun problemen. Een groep die pas in de jaren 90 van de 20ste eeuw aandacht kreeg, vormden de ‘troostmeisjes’ die door het Japanse leger vaak jaren achtereen gedwongen werden tot prostitutie met soldaten. Van hun gezichten en uit hun verhalen was na een halve eeuw nog af te lezen wat ze hadden moeten ondergaan.