De Duitse aanval op Nederland begon in de vroege uren van 10 mei 1940. Nederland had gehoopt buiten de oorlog te kunnen blijven, maar dat pakte anders uit. De overmacht was zo groot dat het Nederlandse leger zich moest overgeven. Op 13 mei weken koningin Wilhelmina en het kabinet uit naar Londen. Daar zou de komende vijf jaar de Nederlandse regering in ballingschap zetelen.

Volgende

Oorlog

Dode Nederlandse soldaat voor een barak. Nederland, 1940

Neergeschoten Duitse vliegtuigen. Nederland, 1940

De strijd op Nederlands grondgebied duurde vijf dagen. Duitse parachutisten probeerden zich direct in de ochtend van 10 mei 1940 meester te maken van het regeringscentrum Den Haag, maar dat mislukte. Luchtlandingen op andere plaatsen slaagden wel. Enkele uren na het begin van de inval maakten Duitse troepen zich meester van de noordelijke provincies. Het Nederlandse leger verschanste zich op de Utrechtse Heuvelrug bij de Grebbeberg en op het Kornwerderzand bij de kop van de Afsluitdijk in Friesland. Op die plaatsen werd fel weerstand geboden. Na de val van de Grebbelinie op 13 mei en het bombardement op Rotterdam op 14 mei was capitulatie onvermijdelijk. In de meidagen van 1940 kwamen ongeveer 2200 Nederlandse militairen om het leven en raakten er 2700 gewond. Bovendien vielen er zo’n 2000 burgerslachtoffers.

Vorige

Bommen

Ruïnes in Rotterdam, met de Laurenskerk nog deels overeind. Rotterdam, 1940

Ruïnes in Rotterdam na het bombardement. Rotterdam, 1940

Het Duitse bombardement op Rotterdam begon op 14 mei 1940 om half twee ’s middags. Het duurde tien minuten. Over een brede strook in de stad stortten gebouwen in en vlogen huizen in brand. Door de wind breidde de vuurzee zich razendsnel uit. Het vuur was tot tientallen kilometers in de omtrek te zien en het zou dagen duren voordat het gedoofd was. Behalve ziekenhuizen en andere vitale gebouwen werden ook dichtbevolkte woonbuurten getroffen door de bommen en de brand die erop volgde. Er vielen bijna 900 doden; vele duizenden Rotterdammers hadden geen dak meer boven hun hoofd. Na het Duitse dreigement dat andere steden eenzelfde lot zouden ondergaan, maakte de Nederlandse opperbevelhebber generaal H.G. Winkelman diezelfde dag op de radio de capitulatie bekend.