In 1844 nog had koning Willem II hartgrondig ‘nee’ gezegd tegen voorstellen voor een herziening van de grondwet. Maar de tijden waren veranderd. Er heerste een sfeer van revolutie in Europa. Absoluut regerende vorsten werden niet meer getolereerd. En Willem II gaf toe.

Volgende

Thorbecke

Ambtskostuum van J.R. Thorbecke als minister van Binnenlandse Zaken. Nederland, ca. 1850

De liberale politicus Johan Rudolf Thorbecke was driemaal leider van een kabinet, waarin hij tevens de functie van minister van Binnenlandse Zaken vervulde. Hij was de grondlegger van het tegenwoordige Nederlandse staatsbestel. Onder meer was hij verantwoordelijk voor de grondwet van 1848 die het parlement veel meer macht gaf en de koning dus veel minder invloed. Ook is zijn naam verbonden aan wetten die de gemeentelijke en provinciale besturen een zelfstandiger positie gaven.

Vorige

Zeer liberaal

Portret van Johan Rudolf Thorbecke. Minister van Staat en minister van binnenlandse zaken. Johan Heinrich Neuman, 1852

Portret van Willem II, koning der Nederlanden. Jan Adam Kruseman, 1839

1848 was een revolutionair jaar in Europa. In Frankrijk trad de koning af en werd de republiek uitgeroepen. Ook elders woedden revoluties. In Nederland waren hier en daar opstootjes. Door deze gebeurtenissen liet koning Willem II op 13 maart 1848 weten bereid te zijn om mee te werken aan een fundamentele herziening van de grondwet. De conservatieve regering diende daarop haar ontslag in. Willem II verklaarde in 24 uur van zeer conservatief zeer liberaal te zijn geworden. Thorbecke en enkele andere liberalen werden aangezocht om een voorstel tot grondwetswijziging te maken. Dit mondde uit in de grondwet van 1848. Hierin kregen de ministers ‘ministeriële verantwoordelijkheid’ en was de koning onschendbaar. Nederland werd een constitutionele monarchie. De grondwet is daarna op onderdelen nog vele malen gewijzigd. Maar die van 1848 blijft de basis voor het huidige staatsbestel.