Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden raakte na vijftien jaar in een diepe crisis. De kritiek op het autoritaire bewind van koning Willem I nam toe, vooral in het Zuiden. In 1830 kwamen de Belgen in opstand. In november 1831 vormden zij een eigen staat.

Volgende

Leger staat klaar

Het legerkamp te Rijen, in of na 1831. Nederland, ca. 1831

De verregaande bemoeizucht van de protestantse Willem I irriteerde verschillende groepen in het Zuiden: de katholieken, de Franssprekenden, de liberalen. Van een dreigende opstand was echter geen sprake. Dat veranderde na de juli-revolutie van 1830 in Frankrijk. Hierbij werd de Franse koning ten val gebracht. Na deze revolutie braken ook in de Zuidelijke Nederlanden ongeregeldheden uit, die in Brussel begonnen.
De koning stuurde zijn beide zoons naar Brussel, wat niet succesvol was. Uiteindelijk sloten ze een wapenstilstand. Er volgde een lange tijd van politiek geharrewar. Willem I weigerde aan de eisen van de Belgen tegemoet te komen, waardoor een scheiding onvermijdelijk werd. Als ultieme poging om zijn wil door te drukken, zette hij nog één keer het leger in, waarvan al een deel in paraatheid was gebracht bij het Noord-Brabantse Rijen. Op 2 augustus 1831 viel het bij Poppel België binnen.

Vorige Volgende

Tiendaagse Veldtocht

De slag bij Bautersem, 12 augustus 1831, gedurende de Tiendaagse Veldtocht. Nicolaas Pieneman, 1833

Bijna iedere dag werd wel slag geleverd om de Belgische troepen terug te dringen. Daarin was het Nederlandse leger succesvol. Ook tijdens de slag bij Boutersem versloegen de Nederlanders een deel van de Belgische strijdmacht. Het was er nogal heftig aan toegegaan. Het paard van de opperbevelhebber, de prins van Oranje, werd door een kanonskogel getroffen. De prins bleef ongedeerd. Op het schilderij is te zien dat de prins het paard van een getroffen officier krijgt aangeboden. Het paard van de prins (links) kreeg later een genadeschot. De volgende dag, 12 augustus, werd slag geleverd bij Leuven met een ander deel van het Belgische leger. Ook deze Belgen dreigden de slag te verliezen. Toen schoot het 70.000 man sterke Franse leger de Belgen te hulp. De prins van Oranje liet de Nederlandse troepenmacht terugtrekken. Hij sloot diezelfde dag nog een wapenstilstand.

Vorige Volgende

Dan maar de lucht in!

De ontploffing voor Antwerpen van kanonneerboot nr. 2 onder commando van Jan van Speijk, 5 februari 1831. Martinus Schouman, 1832

Jan van Speijk overlegt of hij de lont in het kruit zal steken, 5 februari 1831. Jacobus Schoemaker Doyer, 1834

De Belgische Opstand heeft Nederland ook nog een held opgeleverd: Jan van Speijk. Hij voerde het bevel over een Nederlandse kanonneerboot die patrouilleerde op de Schelde. Op 5 februari 1831 kwam zijn schip bij Antwerpen tijdens een storm tegen de kade terecht en werd door een groep Belgen overmeesterd. Van Speijk wist wat hem te doen stond. Hij en de andere bevelhebbers hadden een eed afgelegd dat zij hun schip nooit ongeschonden in handen van de vijand zouden laten vallen. Van Speijk had nog kort tevoren verklaard liever het kruit aan te steken en met boot al de lucht in te gaan dan zich over te geven. Nu voegde hij de daad bij het woord. Bijna alle opvarenden, onder wie hijzelf, en een onbekend aantal Belgen vonden de dood bij de ontploffing.

Vorige

Held

Stuk hout afkomstig van de kannoneerboot Nr. 2 van Jan van Speijk”. Met bewijs van echtheid.

Notenkraker gemaakt van ijzer van de kanonneerboot Nr. 2 van Jan van Speijk

Doos met een rozentak gemaakt van ijzer van de kannoneerboot Nr. 2 van Jan van Speijk

Fragment van een rolpaard van de kanonneerboot Nr. 2 van Jan van Speijk. Met bewijs van echtheid.

Van Speijk werd geëerd als nationale held. Zijn gebalsemde resten zijn in mei 1832 plechtig bijgezet in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Bovendien kreeg hij een monument: een vuurtoren in Egmond aan Zee.

Na de ontploffing van de kanonneerboot waren de overblijfselen van het schip opgevist uit de Schelde. Er zijn allerlei voorwerpen van gemaakt, die als relieken werden verkocht. Ook dienden zij als prijzen bij een loterij, gehouden om het monument voor Van Speijk te kunnen bekostigen.