In de 19de eeuw zou Nederlands-Indië, het huidige Indonesië, uitgroeien tot een winstgevend koloniaal rijk. Lokale opstanden werden onderdrukt en voortaan kwam een groot deel van de Nederlandse staatsinkomsten uit Indië. Na de Japanse bezetting en onafhankelijkheidstrijd verloor Nederland in 1949 het gezag over de archipel.

Volgende

Vestiging koloniaal gezag

Woonkamer in het huis van Jan Brandes in Batavia met zijn zoontje Jan en slavin Flora. Jan Brandes, 1784

Model van een Javaanse marktstal. Java, ca. 1825-1850

Op de drukke markten van Batavia op het eiland Java liepen alle bewoners van Indië kriskras door elkaar: Chinezen, Malabaren, Europeanen, Javanen en de vele andere bevolkingsgroepen. De Hollandse elite woonde na 1800 liever niet meer in Batavia, vanwege het ongezonde leefklimaat. Ook de regeringszetel verhuisde enkele kilometers zuidwaarts, naar landgoed Weltevreden. Hiervandaan werd een nieuw bestuursapparaat opgezet, dat de kolonie centraal moest besturen na het faillissement van de VOC.

In de 18de eeuw beheerste de VOC slechts een kuststrook van Java en de stad Batavia. In het binnenland had ze weinig te vertellen, want daar heersten lokale vorsten. Deze vorsten raakten in strijd met de nieuwe bestuurders nadat het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden in 1816 het gezag over de gehele kolonie had gevestigd.

Vorige Volgende

1825-1830 Java-oorlog

De onderwerping van prins Diponegoro aan luitenant-generaal Baron de Kock, 28 maart 1830. Nicolaas Pieneman, ca. 1830-1835

Landbouwpolitiek leidde tot verstoorde relaties tussen het Nederlandse gouvernement en de inlandse Javaanse vorsten en boeren. Onder aanvoering van de Javaanse prins Diponegoro groeide dit in 1825 uit tot een grootschalig georganiseerde gewapende opstand. Directe aanleiding voor Diponegoro’s betrokkenheid was de aanleg van een weg over het graf van zijn voorouders, maar de werkelijke oorzaken van het conflict lagen in de algemene ontevredenheid onder de Javaanse bevolking met het Nederlands bestuur. De opstand werd gesteund door een deel van de boerenbevolking en hoge adel, maar dankzij een grotere vuurkracht won het Nederlandse koloniale leger alle veldslagen. De guerrillaoorlog bleef echter voortduren totdat Diponegoro in 1830 de strijd opgaf. Tegen de afspraken in werd de Javaanse prins gevangengenomen en in 1855 is hij in ballingschap overleden. De Java-oorlog heeft het leven gekost aan 15.000 Nederlandse militairen en 200.000 Javanen.

Vorige Volgende

Cultuurstelsel

Javaanse hoffunctionaris. Java ca. 1810-1870

Javaanse hoffunctionaris. Java ca. 1810-1870

Javaanse hoffunctionaris. Java ca. 1810-1870

Javaanse hoffunctionaris. Java ca. 1810-1870

Na de overwinning in de Java-oorlog droomden Nederlanders van Indië als ‘wingewest’. Zoals gouverneur-generaal Johannes van den Bosch, die in 1830 het Cultuurstelsel bedacht: in plaats van pachtgeld moest de inheemse boerenbevolking voortaan een vijfde deel van hun grond gebruiken voor de teelt van exportproducten. Deze producten – indigo, suiker en koffie – werden in Europa verkocht door de Nederlandsche Handel-Maatschappij, die daarop forse winsten behaalde.

De Nederlandse overheid verdiende goed aan Indië: sommige jaren was wel een kwart van de staatsinkomsten uit de kolonie afkomstig. Ook de inheemse regenten profiteerden van de invoering van het Cultuurstelsel. Zij kregen salaristoeslagen als hun boeren meer producten leverden. Voor de gewone Javaan was het Cultuurstelsel een extra financiële belasting, bovendien leidde het tot corruptie en uitbuiting. Ondanks protesten tegen deze nadelige gevolgen bleef het Cultuurstelsel tot 1870 bestaan.

Vorige Volgende

1873-1914 Atjeh-oorlog

Schild van een Atjeher, buitgemaakt in 1876. Atjeh, ca. 1870-1875

Lange tijd was het koloniale bewind uitsluitend gericht op Java. Andere eilanden in de archipel, de ‘buitengewesten’, zouden meer verlies dan winst opleveren en werden met rust gelaten. Aan het eind van de 19de eeuw verliet Nederland deze onthoudingspolitiek. Sinds de opening van het Suezkanaal liepen veel scheepvaartroutes door de Straat Malakka, maar zeerovers uit het naburige sultanaat Atjeh op Sumatra belemmerden een veilige scheepvaart. Bovendien had Nederland in 1871 officieel de soevereiniteit gekregen over Atjeh. Om dit gezag af te dwingen, werd daarom het paleis van de sultan van Atjeh veroverd. Meer dan symbolische waarde had deze overwinning niet. De guerrilla tegen de Nederlanders bleef voortduren. Onder aanvoering van J.B. van Heutsz slaagde het leger erin het verzet te breken. Tijdens die oorlog is door de militairen zeer bruut opgetreden tegen de inheemse bewoners.

Vorige Volgende

Ethische politiek

Javaan met motorblok. Marinus J. Hack, ca. 1913

Met de verovering van de buitengewesten zoals Sumatra was het Nederlands gezag gevestigd in alle uithoeken van de Indische archipel. Deze strijd ging vooral ten koste van de inheemse bevolking. Nederlanders zaaiden echter niet alleen dood en verderf in de kolonie; ook in het thuisland hadden protestants-christelijke en progressieve groeperingen zich een morele taak ten doel gesteld. Zij meenden dat de Indische bevolking zou moeten worden opgevoed opdat zij beperkte politieke en economische zelfstandigheid konden bereiken. Armoedebestrijding, volksonderwijs en de aanleg van irrigatiewerken en wegen moesten de economische toestand van de inheemse bevolking verbeteren. Hoewel er dankzij de betere opleidingskansen een bescheiden Indonesische elite kon ontstaan, bleef deze ‘ethische politiek’ grotendeels steken in goede bedoelingen. Het voornaamste probleem was een chronisch gebrek aan mankracht en financiële middelen. Dat werd nog nijpender tijdens de crisisjaren na 1930.

Vorige

‘Indië verloren, rampspoed geboren’

Kop van Javaan, afkomstig van het gesloopte Van Heutsz-monument in Batavia. Hendrik A. van den Eijnde naar ontwerp van Willem M. Dudok. Batavia, 1932

Begin 20ste eeuw begonnen westers geschoolde Indonesiërs de eerste nationale bewegingen. Boedi Oetomo, opgericht in 1908, streefde vooral naar een opleving van de Javaanse cultuur. Vier jaar later eiste een massalere beweging – Sarekat Islam – ook democratische invloed. Een echte doorbraak begon met de oprichting van de Partai Nasional Indonesia, de Indonesische Nationalistische Partij, door Soekarno in 1927. Na het mislukken van een opstand reageerde het gouvernement met harde repressie van nationalistische groeperingen. Zo verdween Soekarno in 1930 achter slot en grendel.
Tijdens de Japanse bezetting van Indië in de Tweede Wereldoorlog kon de nationale beweging zich verder ontwikkelen. Na capitulatie van de Japanners verklaarde Soekarno de Republiek Indonesië onafhankelijk. Onder het motto ‘Indië verloren, rampspoed geboren’ besloot de Nederlandse regering tot militair ingrijpen. Tijdens twee ‘politionele acties’ vonden naar schatting 150.000 Indonesiërs en 5000 Nederlandse militairen de dood. Na internationale bemoeienis erkende Nederland in 1949 alsnog de onafhankelijkheid.