Na de val van het Napoleontische rijk werd Willem Frederik, prins van Oranje, uitgenodigd het land te komen besturen. Hij was de zoon van de laatste stadhouder, Willem V.

Volgende

In naam van de prins

De aanvaarding van het Hoog Bewind door het Driemanschap in naam van de prins van Oranje, 21 november 1813. Jan Willem Pieneman, ca. 1828

Zondagmorgen 21 november 1813: een belangrijk moment in de Nederlandse geschiedenis. In naam van de prins van Oranje, die in Engeland verbleef, werd een voorlopig bestuur gevormd dat de macht van de Fransen overnam. Dit Hoog Bewind bestond uit: Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold, graaf van Limburg Stirum. De gebeurtenis speelde zich af in het huis van initiatiefnemer Van Hogendorp aan de Kneuterdijk in Den Haag. Het driemanschap, zoals de heren ook werden genoemd, hoefde niet lang op de prins te wachten: op 30 november 1813 zette hij na 18 jaar ballingschap weer voet op Nederlandse bodem. Een paar dagen later werd hij in Amsterdam ingehuldigd als ‘soeverein vorst’.

Vorige Volgende

Een daadkrachtig man

Portret van Willem I, koning der Nederlanden. Joseph Paelinck, 1819

Na de Franse nederlaag besloten de Europese leiders Europa opnieuw in te delen. Onder meer werden de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden samengevoegd. Zo konden de twee kleine landen samen een buffer vormen tegen Frankrijk. In 1815 was het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden een feit. Willem I verklaarde zichzelf prompt koning. Hij had in de grondwet van 1814 erg veel macht gekregen. Tegenspraak duldde hij niet, hij opereerde als een absoluut monarch. Maar hij stak wel de handen uit de mouwen. De Fransen hadden het land in erbarmelijke toestand achtergelaten. De koning zette zich zeer in om de economie weer op gang te brengen. Hierin was hij onvermoeibaar en hij was niet te benauwd om er persoonlijk in te investeren. Het Zuiden moest produceren, het Noorden verhandelen en de koloniën moesten luxe waren leveren.

Vorige Volgende

Help, Napoleon is terug!

Cassette met koppel pistolen en toebehoren toebehoord hebbend aan Napoleon I

Grotere kaart weergeven

Napoleon regeerde nog één keer over Frankrijk, nadat hij uit zijn verbanningsoord Elba was ontsnapt. Hij keerde in maart 1815 terug naar Frankrijk. Het leger koos zijn zijde en koning Lodewijk XVIII moest de wijk nemen. De Europese mogendheden wachtten het vervolg niet af. Zij maakten zich op om Napoleon definitief uit te schakelen. Engelsen, Nederlanders, Pruisen, Oostenrijkers en Russen stuurden legers naar de Franse grenzen. Begin juli was de aanval gepland. Maar Napoleon was ze een slag voor: op 15 juni viel het Franse leger België binnen en stuitte op het Pruisische leger. De Fransen brachten de Pruisen een zware slag toe. Hierna trokken zij op naar Brussel. Zij werden echter bij het gehucht Quatre-Bras tegengehouden door Nederlandse troepen onder bevel van de prins van Oranje, de oudste zoon van koning Willem I.

Vorige Volgende

De Slag bij Waterloo

Wellington, De slag bij Waterloo (detail). Jan Willem Pieneman, 1824

Op zondag 18 juni vond de beslissende slag plaats. De Engelse bevelhebber Wellington had positie gekozen op een plateau bij het dorp Waterloo ten zuiden van Brussel. Het Pruisische leger was na de nederlaag twee dagen eerder in oostelijke richting weggetrokken, achtervolgd door een deel van het Franse leger. Om één uur 's middags viel Napoleon het Engels-Nederlandse leger bij Waterloo aan. Tegen de avond leek het erop dat hij de slag zou gaan winnen. De kansen keerden toen de Pruisen Waterloo bereikten. Nadat zij de Fransen van zich hadden afgeschud, waren zij linea recta naar het slagveld gemarcheerd. Napoleons lot was beslist. De slag is spreekwoordelijk geworden voor de definitieve nederlaag die men kan lijden: ‘hij heeft zijn Waterloo gevonden’.

Vorige

De slag op het schilderij

De slag bij Waterloo. Jan Willem Pieneman, 1824

De Slag bij Waterloo is het grootste schilderij van het Rijksmuseum. Het is echter geen voorstelling van de slag. Het is eigenlijk een groepsportret met in het middelpunt de hertog van Wellington op zijn paard en aan de linker zijlijn een gewonde prins van Oranje op een brancard. De prins was zo trots op zijn bijdrage aan de slag, dat hij nog jaren op een ijzeren veldbed heeft geslapen. Hij kreeg dit schilderij cadeau van zijn vader, koning Willem I.