In 1700 stierf de Spaanse koning Karel II. Hij had geen kinderen en had bepaald dat de kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV de Spaanse troon zou erven, mits Spanje een zelfstandige natie bleef. Engeland en de Republiek der Nederlanden vonden een Spaans-Frans machtsblok in Europa ongewenst. Zij begonnen een oorlog om dit te voorkomen.

Volgende

Aarzelend begin

Zeeslag in de baai van Vigo, 23 oktober 1702. Nederland, ca. 1705

Aan het begin van deze oorlog was de stadhouder van de Republiek, Willem III, ook koning van Engeland. Vandaar dat een gezamenlijk politiek standpunt en militair optreden in de lijn der verwachting lag. Zij sloten een bondgenootschap met het Habsburgse keizerrijk, Pruisen en nog een aantal andere Duitse vorstendommen. Het geallieerde leger ging langzaam van start, maar in 1702 waren ze klaar voor een eerste veldtocht. Datzelfde jaar stierf Willem III plotseling, door een val van zijn paard. Hij was kinderloos. De Staten van Holland grepen deze situatie aan om het stadhouderschap een tijdlang niet in te vullen.

Er werd ook nog succes geboekt in dat eerste oorlogsjaar. De Engels-Nederlandse vloot wist in de baai van Vigo een grote schat van goud, zilver en andere rijkdommen buit te maken op de Spaans-Franse vloot.

Vorige

Uitputtende oorlog

Vuurwerk bij de viering van de Vrede van Utrecht, 1713. Daniël Stopendael naar Daniël Marot I, 1713

De kleine Republiek was in een grote oorlog terecht gekomen. Op het hoogtepunt had de Republiek 120.000 man aan troepen in het veld. Een ongekend aantal. De geallieerde legers haalden wel wat mooie successen, maar de gevechten waren hard en bloedig. Toen duidelijk werd dat Spanje en Frankrijk echt als gescheiden staten verder zouden gaan, wilde Engeland de oorlog opgeven. Het doel was immers bereikt. Bij de onderhandeling voor de Vrede van Utrecht in 1713 en later de Vrede van Rastatt zorgden de Engelsen goed voor zichzelf. De Republiek kwam er bekaaid af. Ze kreeg de vesting Venlo toebedeeld. De uitputtende oorlog had het land failliet achtergelaten. Nooit meer zou de Republiek een leidende rol in Europa spelen.