Begin 1672 verklaarden Frankrijk, Engeland en de Duitse bisdommen Munster en Keulen de oorlog aan de Republiek. Het land werd van alle kanten aangevallen. Paniek brak uit en de angst voor een totale nederlaag was groot.

Volgende

Expansiedrift van de Zonnekoning

Lodewijk XIV trekt bij Lobith de Rijn over, 12 juni 1672. Adam Frans van der Meulen, ca. 1672-1690

Samen met de Engelsen was de Franse koning Lodewijk XIV van plan om de machtige Republiek te reduceren tot een tweederangs mogendheid. Ze zouden de Republiek te land en ter zee zware nederlagen toebrengen. In 1670 sloten ze daartoe het Verdrag van Dover. Uit logistiek oogpunt werden de bisdommen Munster en Keulen erbij gevraagd. In april 1672 verklaarde Lodewijk de Republiek de oorlog. Hij trok om de Zuidelijke Nederlanden heen, die nog steeds in Spaanse handen waren. Via het grondgebied van Keulen rukte hij op langs de Rijn en in juni stak hij vervolgens die rivier over. De Franse opmars was snel: Overijssel, Gelderland en Utrecht werden volledig bezet. De Fransen konden op het nippertje worden tegengehouden door land bij de grenzen van het gewest Holland onder water te zetten. Dit werd bekend als de ‘Hollandse waterlinie’.

Vorige Volgende

Redeloos

Allegorie op de Franse invasie in de Nederlanden in 1672. Johannes van Wijckersloot, 1672

De verminkte lijken van de gebroeders de Witt, opgehangen op het Groene Zoodje te Den Haag, 1672. Toegeschreven aan Jan de Baen, ca. 1672

Het midden van de Republiek was bezet en in het oosten en noorden van het land hielden de Keulse en Munsterse troepen huis. Die waren, net als de Fransen, bepaald niet zachtzinnig. Het westen van het land was in pure paniek. De zittende regenten moesten het ontgelden en het volk eiste de terugkeer van een stadhouder (sinds 1650 was er, behalve in Friesland, geen stadhouder meer).

In augustus 1672 werd de 22-jarige prins van Oranje, Willem III, benoemd. Zijn tegenstanders, raadpensionaris Johan de Witt, die tot dan de bestuurlijke touwtjes in handen had, en diens broer Cornelis, ook anti-Oranje, moesten het ontgelden. Zij werden door een redeloze volksmenigte gelyncht en gruwelijk verminkt. Door de oorlogen en deze moordpartij werd het jaar 1672 een echt ‘rampjaar’.

Vorige Volgende

Succes op zee

Zeeslag bij Kijkduin, 21 augustus 1673. Willem van de Velde II, ca. 1675

De enige successen die de Republiek in het begin van de oorlog boekte, waren op zee in de Derde Engelse Zeeoorlog (1672-1674). In tegenstelling tot het leger was de vloot redelijk op peil gehouden, hoewel niet geheel op volle sterkte. Op zee zwaaide admiraal Michiel de Ruyter de scepter. Hij wist de gezamenlijke Frans-Engelse vloot veel schade toe te brengen. De Slag bij Kijkduin (op de kop van Noord-Holland) in 1673 was het laatste grote treffen. Opnieuw lukte het De Ruyter de landing van vijandelijke troepen te voorkomen. De zwaar gehavende Frans-Engelse vloot trok zich uit de oorlog terug.

Inmiddels had stadhouder Willem III een behoorlijk leger op de been gekregen. Hij verdreef de (resterende) vijand van het grondgebied en de vredesonderhandelingen konden in gang worden gezet. Er kwam vrede met alle partijen, maar deze oorlog was wel het begin van het einde voor de Republiek. Dat wil zeggen: haar leidende rol in de Europese economie en politiek was voorbij.

Vorige

De hoofdrolspelers in het Rampjaar

Prins Willem III als Mars. Romeyn de Hooghe, 1672

Koning Lodewijk XIV als een leeuw. Romeyn de Hooghe, 1672

Koning Karel II als een tijger. Romeyn de Hooghe, 1672

Aartsbisschop van Keulen als een ezel. Romeyn de Hooghe, 1672

De gebroeders de Witt als een vos en wolf. Romeyn de Hooghe, 1672

De bisschop van Munster als een varken. Romeyn de Hooghe, 1672 bisschop van Munster als een varken. Romeyn de Hooghe, 1672

Als je deze zes portretjes omdraait, is een dier te zien dat de ware aard van de geportretteerde verbeeldt. Het beste komt de gelauwerde Willem III er vanaf: hij verandert in de oorlogsgod Mars. Zijn tegenstrever Lodewijk XIV wordt een leeuw die grof geld betaalt voor bondgenootschappen. Karel II van Engeland wordt getypeerd als een trouweloze tijger. De bisschop van Munster verandert omgekeerd in een vraatzuchtig varken, en de keurvorst van Keulen in een onnozele ezel. De gebroeders de Witt ten slotte worden een sluwe vos en een boze wolf. Deze spotprenten zijn gemaakt door Romeyn de Hooghe, die hierin kant koos vóór de stadhouder en tegen de gebroeders De Witt.