De Gouden Eeuw leverde de Republiek niet alleen beroemde schilders en zeehelden op, maar ook internationaal befaamde wetenschappers. Zij waren veelal niet alleen denkers, zij waren ook doeners.

Volgende

Eminent geleerde en uitvinder

Portret van Christiaan Huygens. Gerard Edelinck, ca. 1650-1700

Kometen van 1742 en 1744. Jan de Groot, 1744

Christiaan Huygens legde zich toe op wiskunde, astronomie en natuurkunde. Hij ontwikkelde onder meer de theorie dat licht bestaat uit golven. In 1655 ontdekte hij Titan, de grootste maan van Saturnus. Wat later in zijn carrière vervaardigde hij lenzen voor telescopen met een veel langere brandpuntafstand. Hierdoor konden meer details worden waargenomen, zoals de ringen om Saturnus. Omdat deze kijkers nogal onhandelbaar waren, bedacht Huygens hulpstukken en wist hij het objectiefglas en de ooglens zo op te stellen dat het geheel als een buisloze kijker fungeerde.

Zijn beroemdste uitvinding was het slingeruurwerk, dat de nauwkeurigheid in de tijdmeting enorm vooruithielp. Zijn roem resulteerde in 1666 in de uitnodiging van Lodewijk XIV om leiding te geven aan de nieuwe Académie Royale des Sciences in Parijs.

Vorige Volgende

Autodidact en beroemd wetenschapper

Portret van Anthonie van Leeuwenhoek. Jan Verkolje I, ca. 1670-1690

Plaat met het portret van Anthonie van Leeuwenhoek. Delft, ca. 1725-1750

Anthonie van Leeuwenhoek gebruikte als lakenhandelaar zelfgemaakte lenzen om stoffen te bestuderen. Hij ontwikkelde een superieure microscoop waarmee hij andere zaken ging bestuderen. Zo zag hij ‘dierkens’ die geen mens voor hem ooit gezien had, zoals bacteriën en spermatozoïden. Hij vergaarde ook roem door zijn contacten met de Engelse Royal Society. In Londen werden zijn Nederlandse brieven in het Engels en Latijn vertaald. In 1676 trok men zijn geloofwaardigheid in twijfel toen hij meldde dat hij eencellige organismen had waargenomen. Een visitatiecommissie reisde naar de Republiek en bevestigde zijn onderzoek. Van Leeuwenhoeks waarnemingen van het kleine zorgden voor een wetenschappelijke doorbraak en vestigde zijn status als een van de grote wetenschappers van zijn tijd.

Vorige

Cartograaf en globemaker

Wereldkaart uit de _Atlas Maior_ van Joan Blaeu. Amsterdam, 1662

Wereldkaart uit de Atlas Maior van Joan Blaeu. Amsterdam, 1662

Willem Jansz. Blaeu bekwaamde zich als cartograaf en instrumentmaker onder meer in dienst van de Deense astronoom Tycho Brahe. In 1596 vestigde hij zich in Amsterdam als globen- en kaartenmaker. Vanaf 1608 publiceerde hij een zeemansgids, die jarenlang de Europese markt domineerde. Zijn eerste eigen atlas gaf hij vanaf 1630 uit. Toen Blaeu in 1633 ook nog kaartenmaker van de VOC werd, stond zijn bedrijf definitief aan de top. Het familiebedrijf van de Blaeus produceerde gidsen, globen, wandkaarten en atlassen. Veel geld werd ook verdiend aan het drukken van prenten en bijbels voor een internationale markt. Zijn zoon Joan Blaeu zette de zaak voort. Hij bouwde de oorspronkelijke atlas uit tot de wereldberoemde Atlas Maior in 11 delen en trad toe tot de vroedschap van Amsterdam. Een grote brand in de drukkerij in de winter van 1672-1673 markeerde het einde van de firma Blaeu.