De West-Indische Compagnie hield zich aanvankelijk vooral bezig met kaapvaart. Vijandelijke schepen werden overvallen en de lading werd dan gestolen of het hele schip. De WIC had hiertoe speciale ‘kaperbrieven’ van de Staten-Generaal gekregen, waarmee de strijd tegen Spanje ook op zee werd uitgebreid. Later ontwikkelde de WIC zich tot een volwaardige handelsorganisatie die de koopvaart op Noord- en Zuid-Amerika monopoliseerde.

Volgende

Rijk beladen zilvervloot

Borstbeeld van Piet Heyn. Hendrik de Keyser II, 1636

Schaal vervaardigd van het zilver van de zilvervloot en geschonken aan bewindhebbers van de WIC. Den Haag, ca. 1684-1687

De West-Indische Compagnie (WIC) werd in 1621 opgericht. De organisatie kreeg van de Staten-Generaal het octrooi om handel te drijven ten westen van Kaap de Goede Hoop: de West-Afrikaanse kust en Noord- en Zuid-Amerika. De WIC richtte zich onder meer op het plunderen van Spaanse schepen. De Nederlanders hadden het vooral voorzien op machtige Spaanse zilvervloten die jaarlijks vol beladen met kostbaarheden van Amerika naar Europa voeren. De eerste poging in 1626 mislukte, maar een paar jaar later lukte het wel. In de baai van Matanzas op Cuba maakte WIC-admiraal Piet Heyn de Spaanse zilvervloot buit. Met 31 zwaarbewapende schepen was hij erin geslaagd de Spanjaarden te overmeesteren. De buit, met een waarde van 11,5 miljoen gulden, was zo omvangrijk dat er acht dagen nodig waren om het zilver over te laden. In de Republiek werd Heyn binnengehaald als een held.

Vorige Volgende

Suiker: het West-Indische goud

Braziliaans dorp. Frans Jansz. Post, ca. 1644-1680

Het huis van een Hollandse kolonist in Brazilië. Frans Jansz. Post, ca. 1644-1680

Aangetrokken door de succesvolle suikerrietteelt van de Portugezen in Brazilië veroverde de WIC in 1630 daar de steden Recife en Olinda. Een aantal jaren later benoemde de WIC Johan Maurits van Nassau als gouverneur-generaal in Brazilië. Onder zijn bewind (1637-1644) bloeide de kolonie op. Het grondgebied werd uitgebreid tot een brede strook langs de noordoostkust van tweeduizend kilometer lengte. Ook liet hij de natuurlijke historie van het land bestuderen door wetenschappers en vastleggen door kunstenaars.
In 1637 veroverde een Nederlandse vloot het Portugese fort Elmina aan de Afrikaanse westkust, ook wel de Goudkust genoemd. Vanuit Elmina werden vervolgens Afrikaanse slaven aangevoerd voor de Braziliaanse suikerrietplantages. 'Nederlands Brazilië' viel in 1654 opnieuw in Portugese handen. De Nederlanders verplaatsten de suikerrietteelt met inzet van slaven naar Suriname.

Vorige Volgende

Kroon voor Ardra

Kroon voor koning van Ardra. Engeland, ca. 1664

Hoe indrukwekkend deze kroon er ook uitziet, hij is gemaakt van goedkope materialen: koper, glas en fluweel. Het was dan ook nooit de bedoeling dat deze kroon het hoofd van een Europese vorst zou sieren. De kroon was bedoeld als geschenk voor de Afrikaanse koning van Ardra en had vooral symbolische betekenis. De Engelsen hoopten met de kroon en een verdrag hun goede handelsrelaties met dit Afrikaanse vorstendom te verstevigen. De kroon heeft Ardra echter nooit bereikt. In 1664 werd hij buit gemaakt door een Nederlandse vloot onder leiding van Michiel de Ruyter. De vloot was uitgezonden door de Republiek om de Engelsen terug te dringen die de Nederlandse forten aan de Afrikaanse westkust hadden ingenomen.

Vorige

De slavenmarkt van Elmina

Portret van Jan Pranger, directeur-generaal van de Goudkust. Frans van der Mijn, 1742

Portret van Machteld Muilman, tweede echtgenote van Jan Pranger. Frans van der Mijn, ca. 1745-1747

De WIC verloor als snel de twee belangrijke bezittingen: Brazilië en de kolonie Nieuw-Nederland in Noord-Amerika, hoewel de laatste nog kon worden geruild voor Suriname en de Antillen. In de nederzetting van de WIC aan de Guineese Goudkust (het huidige Ghana), Sao Jorge da Mina of ook wel Elmina geheten, werd onder meer in goud en slaven gehandeld. De Nederlanders deden er volgens een 17de-eeuwse ooggetuige niets anders dan hoereren, zuipen en vloeken. De verveling was in de kleine handelsposten dan ook groot. De WIC verscheepte de slaven vanuit Afrika naar eerst Brazilië een daarna de Antillen, naar Curaçao waar in de 17de eeuw de slavenmarkt was. De overtocht vanuit Afrika moet verschrikkelijk zijn geweest en velen overleefden de reis niet. De slaven werden door hun nieuwe eigenaren te werk gesteld op de grote suikerplantages en later ook in de tabaksvelden.