Tijdens het Twaalfjarig Bestand kwamen stadhouder Maurits en raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt lijnrecht tegenover elkaar te staan. Een godsdienstig conflict, verweven met een discussie over de verhouding tussen kerk en staat, was daarbij het voornaamste strijdpunt. Na een stadhouderlijke staatsgreep werd ook de theologische strijd beslist tijdens een nationale kerkvergadering in Dordrecht. In 1621 werd de strijd tegen Spanje hervat.

Volgende

1609-1617 Remonstranten en contraremonstranten

De Weegschaal, spotprent op de overwinning van de contraremonstranten. Salomon Savery en Joost van den Vondel, 1618

D'Arminiaensche dreckwaghen, spotprent op de arminianen. Nederland, 1618

Voor en tijdens het bestand met Spanje (1609-1621) was er onenigheid over de voortzetting of beëindiging van de oorlog. Dat Maurits als legerleider de oorlog wilde voortzetten, zal niet verbazen. Een ander conflict zou de gemoederen verder verhitten.
Door de verwevenheid van religie en politiek groeide een theologische tweestrijd tussen de predikanten Arminius en Gomarus over de ‘predestinatie’ (uitverkiezing) uit tot een landelijk conflict. Behalve over de theologie verschilden de partijen met elkaar van mening over de benoeming van de geestelijken: was dit een zaak van de kerkenraad of van de stadsbesturen? Maurits en de Amsterdamse stadsregering steunden de volgelingen van rechtlijnige Gomarus (de contraremonstranten), terwijl de Staten van Holland en Van Oldenbarnevelt de aanhangers van de meer tolerante Arminius (de remonstranten) beschermden. In 1617 escaleerde de strijd. Maurits bezocht openlijk de contraremonstrantse Kloosterkerk in Den Haag en Van Oldenbarnevelt werd beschuldigd van omkoping door Spanje.

Vorige Volgende

1617-1619 Staatsgreep van Maurits

Satire op de berechting van Johan van Oldenbarneveldt. Cornelis Saftleven, 1663

Van Oldenbarnevelt en de Staten van Holland zetten de verhoudingen in augustus 1617 verder op scherp. Zij besloten dat stadsbesturen voortaan huurlingen (waardgelders) mochten aannemen, die oproeren tegen remonstranten moesten onderdrukken. Hij vertrouwde niet meer op het eigen leger dat immers onder leiding van Maurits stond. De stadhouder zocht steun bij de andere gewesten en kreeg toestemming de stadsbesturen te zuiveren van pro-Hollandse en remonstrantse leden. In 1618 liet hij Van Oldenbarnevelt en diens vertrouwelingen in hechtenis nemen. Het theologische geschil werd geregeld in een nationale kerkvergadering, waarbij de contraremonstranten als overwinnaars uit de bus kwamen. Voor de landsadvocaat zag het er slecht uit: een speciale rechtbank legde hem de doodstraf op wegens hoogverraad.

Vorige

1619-1625 ‘Maak het kort’

Stokske van Van Oldenbarnevelt. Nederland, ca. 1600-1625

Beulszwaard waarmee Johan van Oldenbarnevelt werd onthoofd. Nederland, ca. 1600-1625

Onthoofding van Johan van Oldenbarnevelt. Claes Jansz. Visscher II, 1619

Boekenkist van Hugo de Groot. Nederland, ca. 1600-1615

Op 13 mei 1619, een dag na zijn veroordeling, is Van Oldenbarnevelt onthoofd op het plein voor de Ridderzaal in Den Haag. Leunend op zijn stok had de 71-jarige het schavot betreden. ‘Maak het kort’ waren de laatste woorden van de oude raadspensionaris. Zijn dood leidde tot grote verontwaardiging in binnen- en buitenland. Ook Van Oldenbarnevelts medestanders werden streng gestraft: zij werden levenslang opgesloten in de staatsgevangenis Loevestein.

Vlak voor het einde van het Bestand, in 1621, wist de rechtsgeleerde Hugo de Groot te ontsnappen in een boekenkist. Via Antwerpen belandde hij in Parijs, waar hij publiceerde en later in Zweedse staatsdienst trad. Na hervatting van de oorlog tegen Spanje bleek Maurits nauwelijks een schaduw te zijn van de veldheer die hij ooit was. Kort na Maurits’ overlijden in 1625 heroverde de Spaanse legerleider Spinola zelfs diens persoonlijke bezit, de stad Breda.