In de 17de eeuw maakte Amsterdam een ongekende bloei- en groeiperiode door. De stad werd in relatief korte tijd een handelsmetropool: de stapelmarkt van de wereld.

Volgende

Te kleine stad

Amsterdam in vogelvlucht. Cornelis Anthonisz, 1544

Amsterdam in vogelvlucht. Cornelis Anthonisz, 1544

Omstreeks 1600 bloeiden de handel, de scheepsbouw en de nijverheid in Amsterdam als nooit tevoren. Dat trok immigranten aan. Ook zochten steeds meer mensen, die in eigen land om geloofsredenen werden vervolgd, vrijheid van geloof in de Republiek. Veel van deze immigranten droegen weer bij aan de ontluikende welvaart.

Al deze mensen moesten wél wonen. Amsterdam had nog steeds zijn laat-middeleeuwse vorm en oppervlakte, en was omringd door wallen. Buiten die verdedigingswerken mocht niet worden gebouwd, wat overigens wel werd gedaan. De stad barstte inmiddels uit z’n voegen, er kon geen mens meer bij. Na 1613 werd begonnen met het verleggen en vernieuwen van de wallen. In de ontstane ruimte werden om de oude stad heen drie grote grachten gepland, waarvan de aanleg in fasen is uitgevoerd. Zo ontstond de beroemde grachtengordel en kreeg Amsterdam haar karakteristieke halvemaanvorm.

Vorige Volgende

Grachtengordel

Plattegrond van Amsterdam met het ontwerp van de stadsuitbreiding van Daniel Stalpaert. A. Besnard naar Daniel Stalpaert, 1657

Amsterdam in volle glorie. Duidelijk is te zien hoe door de aanleg van de grachtengordel de stad een heel breed havenfront heeft gekregen. In het westen is de Jordaan gebouwd, stadsdeel voor ambachtslieden. De smalle straten en grachten volgen hier het oorspronkelijke patroon van rooilijnen en sloten.

Vorige Volgende

Op stand

Gezicht op de Herengracht in Amsterdam, vanaf de Vijzelstraat. Gerrit Adriaensz. Berckheyde, ca. 1671-1672

De grachtengordel was bedacht voor de rijkere inwoners. Van die drie grachten was de Herengracht de duurste om aan te wonen. De kavels die de stad uitgaf waren aan deze gracht het breedst. Sommige zeer rijken kochten wel twee of drie kavels en lieten er ware stadspaleizen op bouwen.

Deze gracht, de Herengracht, is de kortste en heeft een vrij scherpe bocht, die niet voor niets de ‘Gouden bocht’ wordt genoemd. Hier vestigde zich namelijk het neusje van de zalm van de Amsterdamse elite. De volgende gracht, de Keizergracht, was ondanks zijn naam, iets minder op stand. De langste, de Prinsengracht, had wéér wat minder aanzien, maar ook deze gracht was een elitaire locatie.

Tussen de woonhuizen stonden ook pakhuizen die met boten op de grachten werden bevoorraad. Omdat de huizen geheel naar eigen smaak en beurs konden worden vormgegeven, ontstond er een bonte mengeling aan stijlen en ook de hoogte en breedte van de huizen verschilden enorm. In de smalle straatjes, die de grachten onderling verbinden, vestigden zich ambachtslieden en andere bedrijfjes.

Vorige Volgende

Groot, groter, grootst

Het oude stadhuis te Amsterdam. Pieter Jansz. Saenredam, 1657

Het nieuwe stadhuis op de Dam te Amsterdam, Gerrit Adriaensz. Berckheyde, 1672

Aan de Dam, het bedrijvige centrum van de stad, was het stadhuis gevestigd. Het was een charmant, middeleeuws gebouwtje dat in de loop van de tijd was vergroot met naast- en achtergelegen panden. Een rommeltje dus, dat ook nog eens ernstig in verval was geraakt. Een doorn in het oog van de Amsterdamse bestuurders.

De machtige stad Amsterdam moest een al even machtig stadhuis krijgen. En dat kwam er ook: in 1648 werd met de bouw begonnen, vlak naast het oude gebouw. Zeven jaar later was het stadhuis zover klaar dat de bestuurders en de ambtenaren het konden betrekken. Het gebouw had een ongekende omvang en imponeerde alle tijdgenoten, uit binnen- en buitenland. De beeldhouwwerken aan interieur en exterieur onderstreepten nog eens de rijkdom en roem van de stad en de onkreukbaarheid van zijn bestuurders. Zo ook de vele schilderstukken die speciaal voor het stadhuis waren gemaakt door de beste schilders van de 17de eeuw.

Vorige Volgende

Stedenmaagd

Ontwerp voor de beeldengroep in het timpaan van het stadhuis. Artus Quellinus I, ca. 1655

Klavecimbeldeksel met allegorische voorstelling van Amsterdam als centrum van de wereldhandel. Pieter Isaacsz, ca. 1604-1607

Amsterdam werd in deze periode vaak voorgesteld als een vrouw: de stedenmaagd. Ze komt ook voor in de beeldengroepen, hoog in de voor- en achtergevel van het nieuwe stadhuis. De voorstellingen tonen de overmacht van Amsterdam te land en ter zee. Op het timpaan aan de achterzijde bieden mensen uit vier werelddelen hun producten aan de stedenmaagd aan.

Op het deksel van het stadsklavecimbel is ook een dergelijk voorstelling te zien. In haar rijkdom overziet de Amsterdamse stedenmaagd triomfantelijk de gehele wereld. Centraal staan enkele schepen van de Amsterdamse handelsvloot, die op de Oost voer – een belangrijke bron van de welvaart van de stad.

Vorige

Van heinde en ver

De Amsterdamse Beurs. Boëtius Adamsz. Bolswert, 1609

De rijkdom van Amsterdam in deze periode was vooral te danken aan een goed georganiseerde stapelmarkt en aan de scheepvaart. Producten uit alle windstreken van de wereld werden naar Amsterdam gebracht, hier opgeslagen in de ontelbare pakhuizen, op de beurs verhandeld en weer naar elders vervoerd.

De koopmansbeurs had een belangrijke functie. Het gebouw, dat bij de Dam lag, had een binnenplaats met daaromheen een zuilengalerij. Er golden strikte regels. Schelden, schreeuwen en slaan waren verboden; bedelaars en kinderen werden geweerd. Bij elke zuil werd op een vast tijdstip een bepaald product verhandeld.

Amsterdamse kooplieden en handelaren van heinde en ver troffen elkaar. Zij konden zich op de hoogte stellen van de producten en de prijzen via de kranten die
de koopmansbeurs uitgaf en die over heel Europa werden verspreid.