Om een treffen met de vijand te vermijden, probeerden de Nederlanders een alternatieve route naar het Verre Oosten te vinden. Er bestond het idee dat via de noordelijkste zeeën China zou kunnen worden bereikt.

Volgende

Om de noord

Klok, afkomstig uit het Behouden Huys op Nova Zembla. Nederland?, ca. 1590-1595

Boekje over China, afkomstig uit het Behouden Huys op Nova Zembla. Alkmaar en Hoorn, 1595

Twee pogingen om in de noordelijke zeeën een doorvaart naar Azië te vinden, waren mislukt. In 1596 stelde de stad Amsterdam 25.000 gulden ter beschikking voor een derde tocht noordwaarts. Er voeren twee schepen uit, een onder Jan Cornelisz. Rijp, de ander onder Jacob van Heemskerck met stuurman en kaartenmaker Willem Barentsz als expeditieleider. De opdracht was om te zeilen naar ‘de koninkrijken Cathay en China’. Ze ontdekten Beren-Eiland en Spitsbergen, maar de expeditie mislukte jammerlijk. Het schip van Van Heemskerck liep bij het eiland Nova Zembla vast in het ijs. De zeventien bemanningsleden waren gedwongen hier een lange poolwinter door te brengen. Rijp was met zijn schip al teruggekeerd. Hij was er tegen geweest om zover oostelijk te varen.

Vorige Volgende

Bar en boos

Het schip vastgelopen in het ijs. Naar Gerrit de Veer, 1598

Bemanning in gevecht met ijsberen. Naar Gerrit de Veer, 1598

Het timmeren van Het Behouden Huys. Naar Gerrit de Veer, 1598

Het Behouden Huys, van binnen. Naar Gerrit de Veer, 1598

We weten vrij goed hoe de mannen de overwintering hebben doorstaan. Eén van de bemanningsleden, Gerrit de Veer, hield een dagboek bij. Hierin beschreef hij nauwgezet van dag tot dag de weersomstandigheden en wat de overwinteraars meemaakten. Onder leiding van Barentsz werd op het land een huis gebouwd, met alleen een deuropening en een schoorsteen middenop het dak: het Behouden Huys. Door sneeuwbuien en ijskoude, gierende wind sleepten de mannen al het voedsel, drinken en andere levensbehoeften van het schip naar het huis. Hierbij regelmatig lastiggevallen door ijsberen, die ze zo snel mogelijk afschoten. Toen de poolnacht begon, op 4 november, verdwenen de ijsberen om plaats te maken voor poolvossen. Het huis sneeuwde vaak in, waardoor de vossen op het dak konden komen.

Vorige Volgende

Brief aan de toekomst

Cedelken (handgeschreven document). Willem Barentsz en Jacob van Heemskerkck, 1597

De grote leeuw. Jacob de Gheyn II, ca. 1590-1596

Op 13 juni 1597 was het zover dat de mannen in twee open sloepen konden vertrekken. Gerrit de Veer noteerde nog in zijn dagboek dat Willem Barentsz een brief, het ‘cedelken’, had geschreven. Hij stak het briefje in een kruithoorn, die hij in de schoorsteen hing. Hierin stond geschreven: ‘hoe wij uit Holland daar gekomen waren om naar het koninkrijk van China te zeilen, en wat ons aldaar overkomen was, en al ons wedervaren, voor het geval er iemand na ons kwam…’.

Roeiend bereikten de mannen de bewoonde wereld, maar Barentsz overleed onderweg. Twaalf overlevenden keerden op 1 november 1597 terug in Amsterdam. De voorwerpen die de overwinteraars op Nova Zembla achterlieten bleven zo'n drie eeuwen onaangeroerd. In 1871 vond een Noorse expeditie de ingestorte resten van het Behouden Huys. De voorwerpen die daar werden gevonden – onder meer bundels met honderden kopergravures, bestemd voor de verkoop in Indië, en de brief van Barentsz –werden later verworven door de Nederlandse overheid en kregen een plaats in het Rijksmuseum.

Vorige Volgende

Om de Kaap

De terugkomst in Amsterdam van de tweede expeditie naar Oost-Indië, 19 juli 1599, Hendrik Cornelisz. Vroom, 1599

In 1595-1597 bezeilde een Nederlandse vloot de door de Portugezen gebruikte route naar Azië via Kaap de Goede Hoop, het zuidelijkste puntje van Afrika. De expeditie stond onder leiding van Cornelis de Houtman. De verliezen waren groot, de blunders veelvuldig, maar de tocht heen en terug lukte en was dus een succes. De opbrengst van de meegebrachte peper dekte net de kosten.

De kop was eraf. Er volgde al gauw een tweede expeditie, nu onder leiding van Jacob van Neck. Een deel van de vloot was na een jaar alweer retour. De schepen, volgeladen met specerijen, werden met gejuich begroet.

De Aziëvaart werd vanaf 1602 geregeld door de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Schermutselingen met Spanjaarden en Portugezen bleven niet uit; soms waren het regelrechte zeeslagen. Maar de Nederlanders, die eenmaal aan de lucratieve handel hadden geroken, lieten zich niet meer tegenhouden.

Vorige

Terra Australis Incognita

Dirck Hartogh-schotel. West-Australië, 1616

Terra Australis Incognita: het onbekende zuidland. Niemand had het ooit gezien. Niemand had er voet aan wal gezet. Maar het moest enorm zijn en ongekende mogelijkheden hebben. Per ongeluk stuitten soms Nederlandse zeelieden op de Australische kusten, zoals schipper Dirck Hartogh en zijn bemanning. Hij was met het VOC-schip Eendracht eigenlijk op weg naar Batavia, maar was uit koers geraakt en landde per ongeluk op deze onbekende kust.

Veel tijd voor verkenning hadden Hartogh en zijn mannen overigens niet, maar om voor het nageslacht te kunnen bewijzen dat ze er waren geweest liet Hartogh een tinnen schotel van boord halen en platslaan. Deze werd voorzien van een inscriptie die getuigde van hun aanwezigheid. De schotel bleef achter, genageld aan een paal. Tachtig jaar later werd de schotel gevonden door een andere Nederlandse schipper, die hem naar Batavia bracht: het oudste Europese voorwerp dat ooit op Australische bodem is aangetroffen.