Na de moord op Willem van Oranje volgde zijn zoon Maurits hem op als stadhouder. De opstandige gewesten tegen Spanje zochten nog enige tijd naar een geschikte landvoogd, maar in 1587 besloten zij voortaan zelf het land te besturen. Met Maurits als militair leider profiteerde de nieuwe Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden van de gunstige internationale situatie: de Spanjaarden werden verdreven tot onder de grote rivieren.

Volgende

1584-1587 Republiek op eigen benen

Portret van Maurits, prins van Oranje. Michiel Jansz. van Mierevelt, ca. 1613

Het wegvallen van Willem van Oranje als leider van de Opstand had niet op een ongelukkiger moment kunnen gebeuren. Vanuit het zuiden veroverde de briljante Spaanse legerleider Parma in rap tempo stad na stad. Na Parma’s spectaculaire inname van Antwerpen in 1585 vreesde de Engelse koningin Elizabeth voor een te sterke machtsconcentratie van de Spanjaarden. Zij stuurde haar vertrouweling Leicester met een troepenmacht naar de Nederlanden ter ondersteuning van de opstandelingen. Zijn missie liep uit op een mislukking. Na Leicesters vertrek in 1587 stonden de opstandige gewesten op eigen benen. De Staten van Holland met hun stadhouder Maurits en landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt speelden een grote rol in deze nieuwe ‘Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’. De krijgskansen keerden nadat de Engelsen in 1588 de ‘onoverwinnelijke’ Spaanse Armada hadden teruggedreven. Ook de gevreesde Parma verdween van het toneel: hij werd teruggeroepen voor een militaire expeditie in Frankrijk.

Vorige Volgende

1588-1598 Veroveringen van Maurits

Schaal met de slag bij Nieuwpoort en andere overwinningen op de Spanjaarden. Adam van Vianen, 1614

Maurits en zijn Friese neef Willem Lodewijk, stadhouder in Friesland, profiteerden van het gebrek aan Spaanse tegenstand. Na hun modernisering van het leger begon hun offensieve strategie al gauw zijn vruchten af te werpen. De vestingstad Breda werd in 1590 verrast dankzij een list van een turfschipper: op diens aanraden waren 75 soldaten in een turfschip het kasteel binnengesmokkeld. Daar overrompelden zij de Spaanse bezetters, zodat Maurits als overwinnaar de stad kon binnentrekken. Hierna volgden de heroveringen van Coevorden, Steenwijk, Geertruidenberg en Groningen. De veroverde steden kregen hun oude positie terug in de provincies waarvan zij eerder deel uitmaakten. Dat gold niet voor de veroverde gebieden in Zeeuws-Vlaanderen en Brabant. Deze gewesten werden bestuurd door de Staten-Generaal en dienden voortaan als militaire bufferzones.

Vorige Volgende

1598-1600 Slag bij Nieuwpoort

Spaanse strijdhengst veroverd tijdens de Slag bij Nieuwpoort en geschonken aan prins Maurits. Jacob de Gheyn II, 1603

Sinds de overwinningen van Maurits ging het er moeizaam aan toe in het koninklijk gebleven Zuiden. Geplaagd door interne strubbelingen, muiterijen en bankroeten liet de Spaanse koning in 1598 de regering in de Nederlanden over aan zijn dochter Isabella en haar man Albertus. Over de noordelijke gewesten hadden zij echter niets meer te zeggen. Zelfs op eigen terrein kregen Isabella en Albertus te maken met de opstandige noordelingen. Omdat kooplieden veel hinder ondervonden van kapers uit Duinkerken hadden de Staten van Holland en West-Friesland een invasie dwars door Vlaanderen voorgesteld. Legerleider Maurits zag weinig in dit plan, maar ging toch omdat het hem door de Staten-Generaal was bevolen. De veldslag op het strand van het havenstadje Nieuwpoort – op 2 juli 1600 – zou hij winnen, maar de tocht in Vlaanderen had geen gebiedswinst opgeleverd. Bovendien waren er flinke verliezen geleden en bleven de Duinkerker kapers even gevaarlijk als voorheen. Wel oogstte Maurits met zijn overwinning flinke roem en prestige als veldheer.

Vorige Volgende

1600-1607 Spaanse tegenstand

Portret van Ambrogio Spinola. Atelier van Michiel Jansz. van Mierevelt, ca. 1609-1633

Na de mislukte tocht door Vlaanderen kreeg Maurits weer een tegenstander van formaat. De Spaanse koning had Ambrogio Spinola naar de Nederlanden gezonden om de landvoogd militair bij te staan. Als opperbevelhebber begon hij ijverig met de belegering van Oostende, het laatste bolwerk van de opstandelingen in het katholieke Zuiden. Omdat de Republiek de stad vanuit zee kon blijven bevoorraden, duurde dit beleg drie volle jaren. Hierbij vielen bijna 100.000 dodelijke slachtoffers en de stad werd compleet verwoest. Uiteindelijk wist Spinola in 1604 Oostende te veroveren. Tot ontzetting van de Republiek volgde hierop een succesvolle Spaanse campagne langs de oostgrens van de Republiek: Spinola veroverde Oldenzaal, Lochem, Lingen, Rijnberk en Groenlo. Maurits faalde in zijn poging de laatstgenoemde vestingstad tijdens het Spaanse beleg in 1606 te ontzetten.

Vorige

1607-1609 Spraakmakende zeeslagen

Zeeslag bij Gibraltar, 25 april 1607. Cornelis Claesz. van Wieringen, 1621

De strijd in de grensgebieden van de Republiek bracht geen serieuze veranderingen in de machtsverhoudingen tussen Spanje en de Republiek meer teweeg. Ter zee konden de Nederlanders nog wel voordeel behalen. In 1602 had een gecombineerde Hollandse en Engelse vloot zes grote Spaanse galeischepen overvallen, die patrouilleerden tussen de Hollandse en Engelse kust. Nog succesvoller was de Slag bij Gibraltar, waarbij in 1607 een gehele Spaanse vloot van 21 schepen werd vernietigd. Een vloot onder leiding van Jacob van Heemskerk had de Spanjaarden in hun thuishaven verrast. Van Heemskerck sneuvelde tijdens de gevechten. Hij kreeg later een heldenbegrafenis in zijn geboortestad Amsterdam. Na de nederlaag bij Gibraltar en buitenlandse bemiddeling was Spanje bereid tot vredesbesprekingen. Spinola kwam hiervoor hoogstpersoonlijk naar Den Haag. Beide partijen stemden in 1609 in met een wapenstilstand van twaalf jaar.