In 1506 volgde Karel V zijn vader Filips de Schone op als landsheer van de Nederlanden. Zijn voorgangers hadden geprobeerd de als los zand aan elkaar hangende Nederlandse gewesten te verenigen. Karel V voltooide dit karwei. Hierdoor legde hij de basis voor een centraal bestuurde, welvarende staat.

Volgende

Een piepjonge landsheer

Wandtapijt met het wapen van keizer Karel V. Brussel, ca. 1540-1555

Karel was nog maar zes jaar toen hij de Nederlanden erfde. Zijn tante Margaretha van Oostenrijk werd belast met de landvoogdij over de Nederlandse gewesten. Zij was een zeer ontwikkelde, in politiek geïnteresseerde dame. Margaretha hield hof in Mechelen. Karel V werd in 1515 meerderjarig verklaard en nam het bestuur van haar over. Maar niet voor lang. In 1517 vertrok Karel naar Spanje om daar het koningschap op zich te nemen. Margaretha werd weer landvoogdes van de Nederlanden. Het was een relatief rustige periode. De gewesten en daarbinnen de steden functioneerden allemaal op hun eigen wijze, hadden hun eigen regels. De dagelijkse gang van zaken in de gewesten was in handen van de stadhouders, als vervangers van de landsheer.

Vorige Volgende

Eeuwig onderweg

Wandtapijt met het wapen van keizer Karel V. Brussel, ca. 1540-1555

Portret van Karel V te paard. Cornelis Anthonisz. (manier van), ca. 1555-1558

Karel V reisde heel wat af in zijn grote rijk. Op nog steeds jonge leeftijd – 19 jaar – werd hij ook koning en keizer van het Duitse rijk, waar delen van Italië bij hoorden. In 1531 was hij voor een langere periode terug in de Nederlanden. De aanleiding was treurig: landvoogdes Margaretha van Oostenrijk was overleden. Karel verbleef voornamelijk in Brussel en zorgde van daaruit voor een nieuwe plaatsvervanger, zijn zuster Maria van Hongarije. Omdat zij nogal onervaren was, kreeg zij verschillende raden van advies naast zich. Een Raad van State, een Geheime Raad en een Raad van Financiën. In de Raad van State benoemde Karel V alleen hoge adel. Een slimme zet. Hij wilde het centrale gezag in Brussel versterken en haalde zo alvast eventuele oppositie het eigen kamp binnen.

Vorige Volgende

Te vuur en te zwaard

Acht doopsgezinden te Amsterdam verbrand, 1549. Jan Luyken, 1685

Met de aspiraties die Karel V had voor zijn grote rijk was er altijd wel wat te veroveren of te verdedigen. Zo breidde hij de Nederlanden uit met nog vier gewesten. De 17 Nederlanden werden ze genoemd, die min of meer als een eenheid werden beschouwd. Veel gewesten en steden wilden wel hun rechten en vrijheden behouden. Zij hadden blijvende conflicten met het centrale gezag.

Karel voerde zijn hele leven oorlog tegen Frankrijk. Deze bijna voortdurende strijd was belangrijk voor de Nederlanden, die immers aan Frankrijk grensden. Vanuit Spanje leverde hij regelmatig slag tegen het oprukkende legers van het Ottomaanse Rijk. Hier moesten de Nederlanden ook aan meebetalen. Dat ging niet altijd van harte. Fellere kritiek kreeg hij op zijn strenge vervolgingen van de protestanten, vooral in de laatste jaren. Zijn ‘bloedplakkaat’ uit 1550 liet de ‘ketters’ geen enkele ruimte. Wie aantoonbaar de nieuwe leer aanhing, kon het beulszwaard verwachten. Of op de brandstapel het leven laten.

Vorige

Opmerkelijke stap

Allegorie op de troonsafstand van keizer Karel V te Brussel, 25 oktober 1555. Frans Francken (II), ca. 1630

Karel V was op. Moe van het eeuwige reizen. Teleurgesteld dat hij van zijn landen geen katholieke eenheidsstaten had kunnen maken. In 1555 deed hij een voor die tijd opmerkelijke stap. Hij trad af. Hij had besloten dat zijn zoon, Filips II, hem in de Nederlanden en Spanje zou opvolgen. Zijn broer Ferdinand zou het Rooms-Duitse Rijk overnemen. Zo viel het grote Habsburgse Rijk van Karel V uiteen.

In zijn paleis in Brussel kwamen alle hoogwaardigheidsbekleders bijeen om getuige te zijn van deze officiële abdicatie. Onder de hoogwaardigheidsbekleders waren Filips II, die uit Spanje was gekomen, en een nog jonge prins Willem van Oranje. Zijn ster was rijzende aan het Brusselse hof van Karel V, die veel vertrouwen in hem had.

Leunend op prins Willem van Oranje sprak Karel V de aanwezigen toe. En deed daarbij nog iets opmerkelijks: hij vroeg vergiffenis. Voor zijn fouten en het onrecht dat hij mensen had aangedaan.